Homilie bij de uitvaart van kardinaal Simonis

Homilie bij de uitvaart van kardinaal Simonis

In de St. Catharinakathedraal te Utrecht was op 10 september de uitvaartplechtigheid van kardinaal Simonis. De homilie werd verzorgd door bisschop De Korte van ‘s-Hertogenbosch, voormalig hulpbisschop van de overleden kardinaal.

De preek tijdens de uitvaart wordt verzorgd door bisschop De Korte. © Ramon Mangold

Homilie bij de uitvaart van kardinaal Simonis
St. Catharinakathedraal, donderdag 10 september 2020

Beste broeders en zusters, heel bijzonder beste familie Simonis.

Voor mijn oudste herinnering aan kardinaal Simonis moet ik terug naar de zeventiger jaren van de vorige eeuw. Rotterdam had een nieuwe bisschop gekregen. Met het nodige tumult ook. Als betrokken katholieke tiener volgde ik het kerkelijk nieuws.

Meerdere keren kwam bisschop Simonis naar mijn parochiekerk in Vianen om het Heilig Vormsel toe te dienen. En anders dan ik door de berichtgeving in de kranten verwachtte, was de nieuwe bisschop geen bullebak maar een jongere man met een hartelijke presentatie.

Ik herinner mij dat hij preekte in dialoog met de vormelingen. Soms ging dat heel goed; maar soms hielden de vormelingen hun lippen stijf op elkaar. En dan mislukte de preek. Eén leerpunt voor de vormelingen kwam steeds terug: De bisschop citeerde Lucas 4: Jezus ging naar zijn gewoonte op sabbat naar de synagoge. Met andere woorden, zo zei de bisschop: beste jongens en meisjes, “Jezus ging naar gewoonte op zondag naar de Kerk.” Een raadgeving, zo weten wij maar al te goed,
die helaas in veel gevallen op rotsgrond is gevallen.

Veel intensiever leerde ik bisschop Simonis kennen toen hij in 1983 aartsbisschop werd. Ik was priesterstudent en ontmoette de nieuwe bisschop regelmatig op het Ariënskonvikt,
de Utrechtse priesteropleiding. Mijn tienerindruk werd bevestigd. De bisschop presenteerde zich als een warm mens, vriendelijk en bescheiden.

Beste broeders en zusters,
Ad Simonis werd bisschop in een uitermate gepolariseerde tijd. Toen hij in deze kathedraal zijn zetel in bezit nam, stonden buiten spreekkoren te roepen.
Ik weet dat hij daar flink onder geleden heeft en zich intens eenzaam heeft gevoeld. Waarin vond hij toen kracht, juist in die lastige tijd? Ik denk in het vieren van de Eucharistie, in zijn eigen gebed en het gebed van anderen. Een gevleugeld woord van hem werd: “ik ben er letterlijk doorheen gebeden.”

De vleugels binnen de Kerk lieten zich in de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw flink horen. Vooruitstrevende en traditionele katholieken hadden hun eigen bladen en bijeenkomsten.
Maar helaas werd er meer over dan met elkaar gesproken. Bisschop Simonis gold als vertegenwoordiger van de rechtzinnigheid. En hij kon, zeker in de eerste fase van zijn bisschopsambt, stevige opvattingen verkondigen. In de ogen van niet weinigen te stevige. Alles omwille van de waarheid. Niet postmodern zíjn waarheid, neen, dé waarheid.
Maar hij kende de prediking van de apostel Paulus goed genoeg om te weten dat christelijke waarheid altijd verbonden is met liefde. Zonder liefde verdampt immers de waarheid.

Op een bedevaart in Lourdes sprak ik eens iemand die bisschop Simonis kende als biechtvader. En hij vertelde mij dat zijn opgelegde penitenties altijd mild waren. De orthodoxe geloofsridder was tegelijk een milde en wijze pastor. Op de preekstoel was hij een rechtzinnige leeuw; in de biechtstoel een zachtmoedig lam.

Ondanks zijn grote somberheid over de ontwikkelingen in de Kerk en de samenleving is hij gelukkig nooit verzuurd of verbitterd geraakt. Was hij mild omdat hij zijn eigen beperkingen en tekorten kende? Of was hij mild omdat hij Christus zichtbaar wilde maken als pastor bonus, als de goede Herder? Waarschijnlijk allebei. Tijdens zijn studietijd in Rome had hij een proefschrift geschreven over Christus als de goede Herder zoals beschreven in het Evangelie naar Johannes.

Johannes leverde bisschop Simonis ook de woorden voor zijn wapenspreuk: ‘Opdat zij U kennen’. Wij hebben zojuist de tekst tijdens de Evangelielezing gehoord. Een wapenspreuk toont wat de hartenklop van een bisschop is. Voor Ad Simonis was dat ongetwijfeld Gods openbaring, heel bijzonder in Christus. Het kennen, intellectueel maar vooral ook affectief,
van de Bijbelse God. Het liefhebben van Hem die ons het eerst heeft liefgehad, daar ging het hem om. De God van de schepping en de bevrijding. De God van de psalmist en de profeten. De God die zich op het hoogtepunt van de tijd aan ons toont in Jezus Christus. Christus, als de Levende in ons midden. Dat getuigenis stond voor Ad Simonis centraal.
In een cultuur die steeds meer de Bijbelse wortels lijkt los te laten, was hij in die zin een missionaris. Hij wilde getuige van Christus zijn, tot het einde toe.

Ad Simonis werd bisschop tegen wil en dank. Hij was geen carrièreman. Hij kende zijn grenzen, zeker ook als bestuurder. Vergaderen was niet zijn grote liefde. Maar hij koos trouwe en kundige medewerkers.

Ik noem vicaris-generaal Vermeulen maar vooral ook vicaris-generaal Piet Rentinck. In hem had de bisschop terecht een groot vertrouwen. Tussen 2001 en 2008 mocht ikzelf
als hulpbisschop hem terzijde staan.

Ad Simonis was een Hollandse Bourgondiër. Hij genoot van een heerlijke maaltijd, een goed glas wijn en een sigaar. Hij kon zich ontspannen met zijn postzegels
en met het kijken naar vooral Duitse krimi’s. Een tijdlang samen met zijn hulpbisschop en huisgenoot, Mgr. Jan de Kok.

Door de jaren heen werd hij steeds meer gewaardeerd. Hij werd letterlijk de grijze eminentie. Er was ook minder polarisatie en meer ontspanning binnen de Kerk.

En toen hij eind 2007 afscheid nam als aartsbisschop klonk er in de media veel respect voor hem. De kardinaal kon gaan rusten na vele jaren van harde arbeid. Hij had mooie jaren,
aanvankelijk bij de Focolare in Nieuwkuijk. En de laatste jaren werd hij hartelijk opgenomen in de kring van de broeders van Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten in Voorhout
onder de goede zorgen van de familie van Noort-van Kesteren. Hij bleef mobiel, mede ook door de trouwe steun van Hans Bruijnel die hem meer dan 20 jaar vergezelde op al zijn tochten. En nu wij toch met namen bezig zijn, wil ik zeker ook prof. Paul van Geest, John Bakker en dokter Hans Kraak noemen. Zij waren de oude kardinaal tot grote steun.

Nog één keer haalde hij uitgebreid de pers. In 2010 over het vreselijke en schaamtevolle nieuws van het seksueel misbruik binnen onze Kerk. Hij gebruikte volstrekt verkeerde woorden.
Later heeft hij daar in een brief zijn oprechte excuses over uitgesproken. Hij schreef toen ook, met een knipoog, “als kardinaal heb ik geen vrouw, anders had ze zeker tot mij gezegd dat ik een beetje dom was geweest.” En hij voegde eraan toe: “maar dat hebben nu mijn zussen wel gedaan.”

Broeders en zusters,
Wij nemen deze dag afscheid in het licht van Pasen. Paulus heeft daar vandaag indrukwekkend over getuigd in zijn eerste brief aan de christenen van Korinthe.
Christus is niet in de dood achtergebleven maar heeft nieuw en ander leven ontvangen. De Gekruisigde is de Levende. De eersteling die uit de doden is opgestaan.
En wie met Christus verbonden is geraakt, mag hopen op nieuw leven. Door aftakeling en dood heen. Onze God is trouw tot over de grens van dit aardse leven.

Vandaag leggen wij het bestaan van Ad Simonis in de handen van de Heer. Wij vertrouwen dat God alles zal vergeven wat er in zijn bestaan niet had mogen zijn.
Maar wij vertrouwen er ook op dat de Heer zal gedenken het vele goede dat uit zijn hoofd, hart en handen is voortgekomen.

In onze katholieke traditie wordt over God gesproken als het lux aeterna het eeuwig licht. Vandaag vertrouwen wij onze geliefde dode toe aan dat licht. Wij bidden dat hij het licht van God is binnengegaan. De Vader van Jezus Christus is trouw. Bij Hem is Ad Simonis veilig.

Broeders en zusters.
dat geloof wordt indrukwekkend verwoord in een gedicht van Hanna Lam. Eenvoudige maar wondermooie woorden over het geheim van leven en dood.
De dichteres schrijft:
De mensen van voorbij
zij worden niet vergeten
De mensen van voorbij
zijn in een ander weten
Bij God mogen zij wonen
daar waar geen pijn kan komen
De mensen van voorbij
zijn in het licht
zijn vrij.

Adrianus Johannes Simonis is zo’n mens van voorbij.
Maar wij mogen geloven dat hij nu vrij is.
Dat hij geborgen is in het licht.
Het witte licht van onze God.

AMEN

Uitvaart kardinaal Simonis. © Ramon Mangold