Vind elkaar in het belang van de boer en schepping.

Recent heeft ons kabinet plannen gemaakt de noodzaak om de stikstofuitstoot aanzienlijk terug te dringen. Een van de maatregelen om dat doel te bereiken is het beperken van de veestapel met 30 procent in de komende jaren.  Na de Tweede Wereldoorlog is in Europa ingezet op een efficiënte en intensieve landbouw. Na de crisisjaren van de jaren dertig en de ellende van de oorlogsjaren moesten schaarste en honger definitief worden uitgebannen. Dit Europese project, waarbij terecht de naam van Dr. Sicco Mansholt wordt genoemd, is uitermate succesvol geweest. In het huidige Nederland hebben wij voedsel van hoge kwaliteit, relatief goedkoop en met een hoge veiligheid. Ik vermoed dat de meesten van ons, als zij boodschappen doen in onze goed gevulde supermarkten, daar niet of nauwelijks bij stil staan. Maar wij mogen er onze boeren dankbaar voor zijn.

Schaduwzijde
Meer en meer komt echter ook de schaduwzijde van deze intensieve landbouw in beeld. Naar de mening van veel deskundigen leven er te veel dieren op een te klein grondgebied. De bijdrage van de landbouw aan de stikstofuitstoot is aanzienlijk. Het kabinet stelt dat als het gaat om stikstofuitstoot de plafonds zijn bereikt. De regering wil daarbij niet wegkijken en de uitstoot substantieel omlaag brengen. Vandaar dat het kabinet bovengenoemde plannen heeft ontwikkeld. Het zal duidelijk zijn dat een groot aantal boeren een dergelijk plan als uitermate bedreigend zal ervaren. De regeringsplannen hebben consequenties voor een houdbare bedrijfsvoering. Wat kan de Kerk  over deze kwestie  zeggen?

Pauselijk spreken
De Kerk heeft vanuit Schrift en Traditie veel wijsheid in huis over God, mens en maatschappij maar niet over de beste landbouwmethode. Op basis van zoveel mogelijk data moet beleid gemaakt worden en uiteindelijk is op dit punt het laatste woord aan onze politici. Maar de Kerk heeft wel een visie op de goede en rechtvaardige samenleving die hopelijk ook in het landbouwdebat kan helpen bij een juiste oriëntatie. Paus Franciscus schonk ons in 2015 zijn sociale encycliek Laudato Si. Het centrale woord in de encycliek is integrale ecologie. De paus pleit voor een cultuur van het leven. Het gaat om de bescherming van het ongeboren leven en het aftakelende leven maar ook om globale sociale gerechtigheid en zorg voor onze aarde als Gods schepping en ons gemeenschappelijk huis. Wat betekent dit alles voor het landbouwdebat?

Verduurzamen
In het licht van Laudato Si is een economische en ecologische transitie zeer wenselijk. Een en ander betekent dat onze productiemethoden en consumptiepatronen moeten worden verduurzaamd. Deze transitie kan niet van vandaag op morgen maar vraagt om een overgangstijd. Het is niet rechtvaardig dat individuele boeren door de transitie bovengemiddeld getroffen worden. Als de politiek inzet op een Green Deal, waar vanuit katholiek sociaal denken zeker veel voor te zeggen valt, dan zullen individuele boeren moeten worden geholpen om hun bedrijfsvoering aan te passen en te vergroenen. Bij een uitkoop van boeren die met hun bedrijf willen stoppen, moet door de overheid vanzelfsprekend een rechtvaardige prijs worden betaald.

Faire dialoog
De komende jaren zal een fair en zakelijk debat noodzakelijk zijn. Een debat waarbij niet op de mens maar op de bal wordt gespeeld. Juist ook in het landbouwdebat zouden de emoties moeten worden getemperd ten gunste van een redelijke argumentatie. Overheid, milieugroepen en boeren zullen met elkaar intensieve gesprekken voeren. Er is vaak al de helft gewonnen als mensen in elkaars schoenen gaan staan en elkaars argumenten proberen te begrijpen. Uiteindelijk moet een houdbare oplossing worden gevonden waarbij zowel aan het belang van Gods schepping als aan het belang van boeren recht wordt gedaan. Onze geloofsgemeenschappen zouden katholieke boeren, overheden en milieubeschermers kunnen faciliteren als het gaat om ontmoeting en debat. Een beproefde methode vormt de dialoogtafel. Niet het strijdgesprek staat dan centraal maar het aandachtig luisteren naar de ander. Laten wij hopen dat in dit debat uiteindelijk de beste argumenten de koers zullen gaan bepalen. Er staat veel op het spel. Het geluk van talloze boerengezinnen maar ook het goed beheer van deze aarde die de Schepper aan ons heeft toevertrouwd.

Mgr. dr. Gerard de Korte
bisschop van ’s-Hertogenbosch

PLAATSEN VAN GENEZING

Beste broeders en zusters,

Afgelopen woensdag zijn wij de Veertigdagentijd begonnen. De Kerk schenkt ons veertig dagen om intens stil te staan bij het lijden en sterven van Christus. Maar ook om te vieren dat Jezus op de Paasmorgen nieuw en ander leven van de Vader heeft ontvangen. De komende weken begeleiden wij Jezus op zijn tocht naar Jeruzalem. Als een koning zal Hij worden ingehaald. Als de koning van de vrede. Maar nog geen week later sterft Hij aan een kruis op Golgotha. Deze koning neemt geen leven van mensen. Integendeel, Hij geeft zijn leven voor vrienden én vijanden. Ultiem teken van Gods verzoenende liefde voor ons allen.

Christus medicus
Als wij lezen over het openbaar leven van Jezus, komt in beeld dat Hij is gekomen als leraar maar ook als arts. Jezus spreekt woorden van bevrijding en genezing. Maar hij stelt ook daden van genezing, steeds opnieuw. In de vroege Kerk is het thema van Christus als medicus dan ook zeer geliefd. Het vormt een echo van de parabel van de barmhartige Samaritaan. Christus is als die Samaritaan, als een vreemdeling van Godswege gekomen, die mensen die gewond langs de levensweg liggen, opbeurt en wil genezen. Tijdens de strijd om het bestaan, zijn er helaas vele uitvallers. Juist de kleinen en kwetsbaren van deze wereld zijn de lievelingen van de Heer. God toont in Christus zijn liefde voor ons allen maar Hij heeft een voorkeursliefde voor hen die geen helper hebben. Juist hen wil hij verlichtend en genezend nabij zijn.

Parochies als veldhospitalen
Wat geldt voor de Heer, mag ook gelden voor zijn Kerk. De theologen van de eerste eeuwen spreken over de Kerk als een ziekenhuis, een plek waar mensen, fysiek of moreel, tot genezing kunnen komen. Paus Franciscus heeft de Kerk meerdere keren beschreven als een veldhospitaal. In onze cultuur is jong en vitaal zijn belangrijk. Kijk maar naar de reclameboodschappen. Bijna altijd komen knappe, gezonde en energieke mensen in beeld. Zelfs senioren in reclamespotjes scoren hoog op de vitaliteitsmeter. Eigenlijk is dat heel onbarmhartig. Want velen van ons weten van lichamelijke of geestelijke beperkingen. Natuurlijk mogen wij dankbaar zijn voor gezondheid en kracht. Maar laten wij dat binnen onze geloofsgemeenschap niet tot norm verheffen. Achter ons masker van onaantastbaarheid gaat vaak onzekerheid en kwetsbaarheid schuil. Als broze en regelmatig falende mensen leven wij voor Gods aangezicht. Wij hoeven ons voor God niet groter te maken dan wij zijn. Juist in onze geloofsgemeenschappen zou dat een bevrijdende boodschap moeten zijn.

Pandemie
Sinds een klein jaar is de wereld in de greep van de pandemie. Met grote medische, sociale en economische gevolgen. Juist de coronacrisis scherpt ons in dat wij ten diepste kwetsbare en sterfelijke schepselen zijn en blijven. Wetenschap en techniek zijn in onze samenleving ontzettend belangrijk en hebben de kwaliteit van ons bestaan enorm verbeterd. Wij mogen daar oprecht dankbaar voor zijn. Maar ook kon de mening postvatten dat het hele bestaan maakbaar is. Een klein onzichtbaar virus heeft die visie op hardhandige wijze doorgeprikt.

Kerkgebouwen en vaccinatie
De komende maanden staan in het teken van een uitgebreide vaccinatie van de bevolking. Het gaat om een geweldige operatie die minstens tot de zomer zal duren. Miljoenen mensen moeten immers twee keer worden geprikt. Wij mogen dankbaar zijn dat knappe koppen hun kennis en kunde hebben ingezet voor het ontwikkelen van verschillende vaccins. In geloof kunnen wij dat zien als een geschenk van Gods Geest die mensen inspireert en creatief maakt.

Vaccinatie beschouwt de Kerk als een daad van naastenliefde en zelfbescherming. Al meerdere parochies hebben verzoeken van artsen gekregen om het kerkgebouw of andere kerkelijke gebouwen te mogen gebruiken om mensen te vaccineren. Graag geef ik pastoors de ruimte om hun gebouwen ter beschikking te stellen. In overleg met artsen kunnen geschikte vaccinatietijden worden gevonden. De primaire betekenis van het kerkgebouw als huis voor de liturgie hoeft er dan niet onder te lijden. In het huis van God krijgen zijn kinderen een beschermend vaccin toegediend. Zo kunnen onze parochies een mooie bijdrage leveren aan de preventie van corona en het algemeen belang dienen. Zo worden onze kerken een plaats van het voorkomen van ziekte en dood.

Gewonde geneesheer
Wie de media volgt, beseft dat de coronacrisis steeds meer mensen zwaar valt. Dat geldt ook voor gelovige mensen. Juist in deze dagen snakken wij allemaal naar meer bewegingsvrijheid. Maar tegelijk wordt voorlopig ons geduld gevraagd. Laten wij elkaar in deze lastige tijd vasthouden en opbeuren. Wij hebben allemaal momenten dat het leven ons extra zwaar valt. Als wij elkaar dan troosten en bemoedigen, kunnen wij elkaar genezend nabij zijn. Wat is het mooi als wij gevoelens van somberheid en wanhoop kunnen wegnemen en mensen weer uitzicht geven. Wij zijn in deze Veertigdagentijd op weg naar het Paasfeest, het opstandingsfeest van Christus. Onze parochies moeten, naar de woorden onze paus, veldhospitalen zijn. Plaatsen van genezing omdat de gekruisigde en verrezen Christus als de “gewonde geneesheer” (Henri Nouwen) ons juist daar genezend en troostend tegemoet wil komen.

Mgr. dr. Gerard de Korte

OP WEG NAAR NIEUW LEVEN

Aswoensdag
Komende woensdag begint de Veertigdagentijd. Door de coronapandemie kan het carnaval niet of alleen in zeer afgeslankte vorm worden gevierd. Voor velen in ons bisdom vormt dat een grote teleurstelling en een groot offer. Wij worden uitgenodigd om in de komende weken na te denken over het lijden, het sterven en de opstanding van Christus. Langs de weg van het kruis heeft Christus nieuw leven ontvangen.

Maar wij worden ook uitgedaagd na te denken over ons eigen leven. Bij het askruisje, dat op Aswoensdag in aangepaste vorm wordt uitgereikt, kunnen twee Schriftteksten worden uitgesproken: gedenk mens dat je stof bent of bekeer je en geloof het Evangelie. Als mensen zijn wij breekbaar en kwetsbaar. Wij zijn maar stof. Maar tegelijk zijn wij ook mensen met een hoge roeping. Steeds weer worden we uitgenodigd om ons naar Jezus toe te keren en trouw zijn Evangelie zichtbaar te maken door op een vernieuwde wijze te gaan leven. De komende Veertigdagentijd is immers een tijd van bekering en levensvernieuwing. Een tijd van verzoening ook. God keert zich in Christus tot ons; wij worden uitgenodigd ons tot Hem te keren. Wij zijn geroepen om onze relatie met God, met elkaar en onszelf opnieuw te verdiepen. Christus geeft ons in het Evangelie van Aswoensdag concrete aanwijzingen hoe wij dat in het vat kunnen gieten.

Overvloedige gerechtigheid
Het Evangelie van Aswoensdag vormt een deel van de Bergrede van Jezus. Als een nieuwe Mozes geeft hij in deze rede in zekere zin de grondwet van het Koninkrijk dat God wil realiseren. En dan gaat het om overvloedige gerechtigheid. Een gerechtigheid die groter moet zijn dan die van Schriftgeleerden en Farizeeën. Of zoals een theoloog wel eens gezegd heeft: het gaat om meer dan het gewone. Vandaag wordt die gerechtigheid op drievoudige wijze uitgewerkt. Het gaat om aalmoezen geven, om gebed en vasten.

Het goede doen
Het geven van aalmoezen, kunnen wij actualiseren met woorden als naastenliefde, gerechtigheid en solidariteit. Israël denkt in termen van het verbond. God heeft met zijn geliefde volk Israël een verbond gesloten. En dat betekent dat er binnen het verbondsvolk gerechtigheid moet heersen. Dit bijbels pathos voor gerechtigheid heeft onze samenleving gestempeld. Maar tegelijkertijd is er levensgroot het gevaar van onverschilligheid. Paus Franciscus waarschuwt regelmatig tegen deze verleiding en vraagt ons om alert te zijn als het gaat om de zorgen en noden van onze naasten. Worden wij echt geraakt door de ellende van de armen in onze wereld? Door de nood van miljoenen vluchtelingen? Door de zorgen van de daklozen, vaak vlakbij in onze omgeving? Door de eenzaamheid van niet weinig alleenstaanden? Wij krijgen vanaf vandaag 40 dagen om ons bewust te worden dat wij geroepen zijn tot verbondenheid met de kleinen en kwetsbaren van deze wereld. In kracht van de Heilige Geest kunnen wij ons oefenen in solidariteit waarbij de linkerhand niet hoeft te weten wat de rechterhand doet.

Mensen van gebed
Christus spreekt niet alleen over een horizontale gerechtigheid ten opzichte van onze naasten. Maar ook over een verticale gerechtigheid. Hij spreekt over het gebed. Jezus zelf is bij uitstek een bidder. Wij kunnen zeggen dat het gebed het leven van Christus heeft gedragen. Steeds weer lezen wij in het Nieuwe Testament dat Jezus tijd vrij maakt  voor het gesprek met God die Hij zijn Vader noemt. Hij bidt vaak in de vrije natuur maar ook in de synagogen van het joodse land en bij gelegenheid van de feesten van Israël is Hij in de grote Tempel van Jeruzalem. De komende Veertigdagen kunnen wij gebruiken om onze band met God biddend te verdiepen.

Persoonlijke matiging
Christus spreekt niet alleen over aalmoezen en gebed maar noemt nog een derde dimensie van de gerechtigheid: het vasten. In de Bijbelse spiritualiteit is dat een belangrijk element. In het Evangelie horen wij dat ook onze Heer perioden van vasten heeft gekend. In het recente verleden zijn heel veel vormen van vasten in snel tempo verdwenen. Tegelijk zie ik de laatste jaren bij steeds meer christenen, zowel rooms-katholiek als protestant, het verlangen om deze Veertigdagentijd ook een echte vastentijd te laten zijn. Zij zoeken én vinden nieuwe vormen om het vasten inhoud te geven. Zo kunnen mensen zichzelf leegmaken zodat er meer ruimte komt voor de overdenking van de werkelijk belangrijke vragen van het bestaan. Wat is de zin van mijn leven? Waar ben ik mee bezig? Wat zijn de prioriteiten in mijn bestaan? Dien ik met al mijn slaven en sloven werkelijk de Heer en de ander of draait alles rond mijn eigen dikke ik?

Op weg naar Pasen
Wij leven in bijzondere tijden. Koning Winter heeft toegeslagen met een flinke pak sneeuw en stevige vorst in de nacht. Voor met name kinderen en schaatsers een reden tot plezier. Zo kunnen wij in een witte wereld de coronapandemie even op de achtergrond schuiven. Maar helaas is de verwachting dat de crisis ons langer in de greep zal houden dan tot recent werd verwacht. Nieuwe varianten van het virus zorgen voor extra besmettingen en het vaccinatieprogramma heeft om verschillende redenen vertraging opgelopen. Het gevolg is dat de vrijheidsbeperkingen langer duren. De hoop op versoepelingen van de maatregelen is voorlopig vervlogen. En dat valt de meeste van ons steeds zwaarder. Eenzame mensen voelen zich nog eenzamer. En gezinnen met kinderen hebben vaak te maken met extra zorgen en onderlinge spanningen. Juist nu worden wij opgeroepen om moed te houden. Maar dat is vaak gemakkelijker gezegd dan gedaan. Christenen leven met een wenkend perspectief. Niet een onzichtbaar virus regeert de wereld maar onze God. Hij is immers de Heer van de werkelijkheid. Onze relatie met Hem kan ons hopelijk veerkracht geven. In deze tijd worden de dagen weer langer. De lente komt nabij. Meer licht en minder duisternis in de natuur. Laten wij hopen dat er spoedig ook meer licht mag komen in onze samenleving en ons eigen bestaan. Wij snakken allemaal naar meer vrijheid en een meer ontspannen leven. In de komende weken, op weg naar het opstandingsfeest van Christus, kunnen wij onze band met God, met onze naasten en onszelf opnieuw verdiepen en versterken. Drievoudige gerechtigheid realiseren als uitdaging voor de komende Veertigdagentijd. Ik wens u oprecht veel inspiratie en veerkracht. Ook om anderen bij te staan. Juist nu moeten wij allen die in somberheid dreigen weg te zinken, niet in de steek laten maar juist een hart onder de riem steken. Pasen betekent nieuw en ander leven voor Christus. Het Paasfeest geeft hopelijk aan ieder van ons uitzicht op nieuw en bevrijd leven voor Gods aangezicht.

Mgr. dr. Gerard de Korte

GEËNT OP DE EDELE OLIJF

Beste broeders en zusters,

Bevrijding Auschwitz

Vorige week woensdag werd herdacht hoe Russische troepen 76 jaar geleden het concentratiekamp Auschwitz hebben bevrijd. Wie leest over de concentratiekampen van de nationaalsocialisten wordt stil en verdrietig. Alleen al in Auschwitz werden een miljoen mensen, met name joodse mensen, op een fabrieksmatige wijze omgebracht. Tallozen verloren hun leven in de gaskamers. Vorige week had dagblad Trouw een aangrijpend verhaal over Nederlandse SS’ers die in Auschwitz gewerkt hebben en gruwelijk hebben gehandeld. Schokkend was het verhaal over een jonge joodse moeder die werd doodgeschoten en daarna haar baby. Blijkbaar zonder enige gewetensnood werden deze moorden gepleegd. Het nazisme blijft tot op de dag van vandaag grote vragen oproepen. Hoe was het mogelijk dat in een cultuur waarbinnen al eeuwen het Evangelie was verkondigd, deze ideologie met een agressieve Jodenhaat zoveel aanhang kon krijgen? Een nieuw heidendom kon zich breed maken. Het recht van de sterkste zat op de troon.

Christelijke geschiedenis en anti-judaïsme

Toch moeten wij ook eerlijk willen kijken naar onze eigen christelijke geschiedenis. Er is dan alle reden tot grote schaamte en diep schuldbesef. Want al in de eerste eeuwen van de Kerk ontstaat er een diepe vijandschap tussen joden en christenen. Grote theologen houden felle anti-joodse preken. Ik noem alleen Johannes Chrysostomus. Zijn naam betekent Guldenmond. Hij kon fantastisch preken maar hij gebruikt zijn retorisch talent om ook afschuwelijk preken over de joden te houden. Veel theologen zijn helaas door de eeuwen heen hem gevolgd. Ik denk aan de felle preken van Maarten Luther. Zijn anti-judaïsme was groot. Hele citaten uit werken van Luther konden de nationaalsocialisten in hun publicaties overnemen. Onbetwistbaar heeft het kerkelijk anti-judaïsme de haat tegen de joden in nazi-Duitsland gevoed. Een diepzwarte pagina uit de geschiedenis van onze Kerk.

Relatie tussen Kerk en Synagoge

Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Holocaust de christelijke gemeenschap tot een diepgaand gewetensonderzoek gebracht. En ook tot een nieuwe bezinning op de relatie tussen Kerk en synagoge. Wij beseffen opnieuw hoezeer christenen geworteld zijn in Israël. De apostel Paulus schrijft daar indringend over in zijn brief aan de christenen van Rome: Gij zijt van de wilde olijfboom, waartoe gij krachtens uw oorsprong behoort, afgebroken en tegen uw aard in geënt op de edele olijf (hoofdstuk 11, 24). De apostel ziet de christenen uit de volkeren als wilde olijven die zijn ingeplant in Israël als de edele olijf. Wij zijn dus van huis uit joods. De God die wij in onze kerken en kapellen aanbidden is de God die zich in de loop van Israëls geschiedenis heeft geopenbaard. Op het hoogtepunt van de tijd heeft Hij onder ons willen wonen in een joodse man. De heilige God van het verbond toont zijn onvoorwaardelijke liefde in Jezus.

Een nieuwe leer met gezag

Afgelopen zondag lazen wij dat Jezus op de sabbat naar de synagoge ging. Dat deed hij als Jood naar gewoonte. Op de sabbat herdacht Jezus Gods schepping en de bevrijding van zijn volk uit de slavernij van Egypte. In het joodse gebedshuis werd gelezen uit de Schriften, die wij nu Oude Testament noemen. Jezus openbaart zich daar als profeet en Messias. Hij leeft vanuit het verbond van Israëls God en zal dat verbond vernieuwen. In het zondagse evangelie wordt hij geschetst als de Heilige Gods. Hij spreekt met gezag en drijft onreine geesten uit. Helaas zijn er tot op de dag van vandaag vele onzuivere geesten in onze wereld. Wij denken natuurlijk aan de boze geest van oorlog en terreur in tal van landen. Maar ook dichterbij aan roddel, jaloezie en afgunst.

De onreine geest van geweld

In deze dagen noem ik heel bijzonder ook de onreine geest van geweld in onze eigen samenleving. Al heel lang maak ik mij zorgen over het verbale geweld in de sociale media. Op allerlei sites, helaas ook met een katholieke achtergrond, wordt vaak niet op de bal maar op de persoon gespeeld. Zo wordt menige goede naam besmeurd. Maar recent hebben wij in onze steden, ook binnen het bisdom van ’s-Hertogenbosch, te maken gehad met fysiek geweld. In Eindhoven, Tilburg, ’s-Hertogenbosch en andere steden en dorpen trokken vorige week relschoppers door de binnensteden. Winkels werden opengebroken en er werd massaal gestolen en vernield. Het lijkt mij dat de daders stevig moeten worden gestraft, al moeten wij hen niet definitief afschrijven. Mensen die fouten maken, verdienen een nieuwe kans. Gelukkig kwam er na de rellen ook een golf van goedheid in beeld. Burgers gingen hun stad schoonmaken en voor gedupeerde ondernemers werd geld ingezameld. Een indrukwekkend voorbeeld van saamhorigheid en compassie.

Schenkende liefde, geweldloosheid en vergeving

Christus wil ons ook vandaag bevrijden van onreine geesten. Zijn leven wordt gekenmerkt door schenkende liefde en geweldloosheid. Hij blijft die weg trouw tot op het kruis van Golgotha. Geweld wordt niet met wraak maar met vergeving beantwoord. Hij pint mensen niet vast op hun donkere verleden maar plaatst hen in het licht. Zij krijgen een nieuwe kans. Onze coronatijd is onzeker en veel mensen raken aan het einde van hun Latijn. De lontjes van talloze mensen lijken steeds korter te worden. Onreine geesten in de Bijbel verdelen, zaaien onenigheid en drijven mensen uiteen. Laten wij als christenen ons openen voor de goede Geest van God. Door de weg van liefde, geweldloosheid en vergeving te gaan, kunnen wij, in onze gepolariseerde en oververhitte samenleving, mensen hopelijk weer dichter bij elkaar brengen.

Mgr. dr. Gerard de Korte

DE BIJBEL ALS BRON VAN HOOP

Broeders en zusters,

Afgelopen zondag vierden wij de Zondag van het Woord. In ons land begon ook de Maand van de Bijbel. Tot 21 februari vragen een aantal christelijke media en organisaties extra aandacht voor de Heilige Schrift. De organisatoren van de maand vroegen aan Dr. René de Reuver, de scriba van de Protestantse Kerk, en aan mijzelf om elkaar een aantal brieven te schrijven over de plaats van de Bijbel in ons eigen leven. Het boekje, dat dezer dagen is verschenen onder de titel Houvast, wil mensen in deze onzekere coronatijd bemoedigen. Als het goed is, krijgen de pastores, de parochiebesturen en de religieuze instituten binnen ons bisdom deze week een exemplaar in de brievenbus. De ondertitel van het boekje luidt: zoeken naar de bron van hoop. Is dat niet wat in deze tijd belangrijk is? Juist nu kunnen wij de goddelijke deugd van de hoop ontzettend hard gebruiken. Maar wat is hoop eigenlijk in Bijbels perspectief?

Hoop is wat anders dan optimisme. Al vermoed ik dat een optimistisch mens, die het glas half vol ziet, gelukkiger leeft dan een pessimist die datzelfde glas omschrijft als half leeg. Geloof, hoop en liefde zijn de drie goddelijke deugden waarover Paulus in zijn eerste brief aan de christenen van Korinthe schrijft. De Franse katholieke dichter Charles Péguy spreekt in een gedicht over het kleine meisje hoop dat tussen haar grote zussen geloof en liefde loopt. Hoop geeft dynamiek aan het geloof en de liefde. Met de woorden van Liselotte Gerritsen:

Geloof, hoop en liefde

en de meeste van deze is toch

de hoop op geloof in liefde

Geen enkel mens kan uiteindelijk zonder de deugd van de hoop. In de brief aan de Hebreeën wordt ook een omschrijving van de hoop gegeven. De schrijver ziet het zo: “Het geloof vormt de vaste grond van wat wij hopen. Het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen” ( hoofdstuk 11,1). Het gaat dus om het vermogen om het bestaande te overstijgen. Met andere woorden: de hoop op Gods toekomst verandert het heden. Kardinaal Danneels formuleert het zo: “de hoop put niet uit een eigen waterput. Maar leeft van het vermoeden dat ergens, hogerop, een bron moet zijn.”

Ik denk dat wij juist in deze lastige en onzekere tijd die bron kunnen vinden in de Heilige Schrift. Daar vinden wij immers het getuigenis van Gods omgang met Israël en in Jezus Christus. Het Bijbelse getuigenis van Gods toekomst kan de beleving van het heden veranderen. Ik hoor dat voor veel mensen de coronacrisis te lang gaat duren. Mensen raken vermoeid en sneller dan anders geïrriteerd. Niet alleen oudere mensen maar ook jongeren lijden onder eenzaamheid. Er leven breed gevoelens van angst, onvrijheid en onderhuidse spanning.

Maar de Bijbel als bron van hoop kan voorkomen dat wij vervallen tot somberheid en cynisme. Wij moeten juist nu als gelovigen elkaar niet ontmoedigen maar bemoedigen. Niet demotiveren maar juist motiveren met hoopvolle verhalen. De coronatunnel lijkt helaas langer te zijn dan gehoopt. Maar toch weten wij ook dat deze tunnel niet oneindig is. Er is licht aan het einde van de tunnel, ook al moeten wij misschien nog wat langer wachten. Droeve en bezorgde ogen zien dezelfde werkelijkheid anders dan hoopvolle ogen. Wij moeten God dan ook bidden om de deugd van de hoop. Ik laat mij daarbij graag inspireren door een diepe wijsheid van de erudiete anglicaanse theoloog Rowan Williams: het goede is hoopvol te leven met het imperfecte.

Laten wij ons optrekken aan iconen van hoop. Ik noem er drie die mij als bisschop inspireren: Peerke Donders, Titus Brandsma en onze huidige paus. Katholieken die wisten en weten van het imperfecte maar voor mij prachtige getuigen zijn van hoop.

Recent vierde de Kerk van ’s-Hertogenbosch het gedachtenisfeest van Petrus Donders. Geboren in een arme weversfamilie in Tilburg waren de maatschappelijke kansen voor hem uitermate beperkt. Hij wilde priester worden maar zijn intellectuele capaciteiten leken onvoldoende. Maar met een sterke wil is er veel mogelijk. Peerke werd uiteindelijk missionaris in Suriname. En hij bleek een man met een groot pastoraal hart voor de slaven en de melaatsen. Hij putte hoop en kracht uit de Bijbelse bron en besefte dat hij in het dienen van de minsten Christus zelf wordt gediend.

Een andere erflater uit ons bisdom is natuurlijk Titus Brandsma, hoogleraar aan de universiteit van Nijmegen. Pater Titus verzette zich tegen het nationaalsocialisme. Hij putte uit de Bijbelse bron en geloofde dat Christus de waarheid is. Daarom verafschuwde hij het nazisme als een vorm van nieuw heidendom met zijn verheerlijking van het recht van de sterkste en Jodenhaat. Pater Titus verdedigde met volle overtuiging de menselijke waardigheid. Ieder mens is een schepsel van God. Wie dus het schepsel schendt, schendt daarmee de Schepper. Zo bleef pater Titus trouw aan zijn geloof en een mens van liefde en hoop tot in de hel van Dachau.

Graag noem ik ook paus Franciscus. Voor de meeste katholieken is hij een groot Godsgeschenk voor de Kerk en de wereld. Vanuit een diepe vriendschap met Christus is onze paus een van de weinige morele leiders van deze tijd. Met de felheid van een oudtestamentische profeet keert hij zich tegen de globalisering van de onverschilligheid en pleit hij voor onderlinge solidariteit en barmhartigheid. Juist in deze coronatijd hebben wij elkaar ontzettend hard nodig om overeind te blijven. Onvermoeibaar zet onze goede paus zich in voor de armen, de vele vluchtelingen en voor onze aarde als onze moeder die ons draagt en voedt. De Bijbelse belofte van Gods toekomst inspireert de paus om te blijven werken aan vrede en gerechtigheid in het heden.

Deze drie genoemde iconen van hoop tonen ons dat verticaal en horizontaal in ons geloof helemaal bij elkaar horen. Christelijk geloof impliceert een vriendschap met de verrezen Heer.

Maar onze omgang met Hem voedt ons om hoopvol gestalte te geven aan een dienstbaar leven. Een leven met Christus geeft de kracht om ons in te zetten voor een meer humane samenleving.

De coronatunnel lijkt helaas langer dan verwacht. Maar laten wij putten uit de rijke bronnen van de Heilige Schrift in navolging van Peerke Donders, pater Titus en onze paus. Zo kunnen wij proberen de noden van deze tijd te lenigen. De levende Christus vormt het centrum van deze schepping en van onze Kerk. Hij wil door ons handelen zichtbaar worden. In kracht van Gods Geest kunnen wij levende getuigen zijn.

Mgr. dr. Gerard de Korte

ONS DOOPSEL EN VERANTWOORDELIJKHEID

ONS DOOPSEL EN VERANTWOORDELIJKHEID

Vijfde Woord ter bemoediging

Beste broeders en zusters,

Afgelopen zondag hebben wij met het feest van de Doop van de Heer, liturgisch gezien, de Kersttijd afgesloten. De kerstversieringen in kerken en huizen worden opgeruimd. De kerststal kan weer naar zolder. Het Evangelie van zondag maakte duidelijk dat wij met Kerstmis niet zomaar een geboorte hebben gevierd. Bij de doop van Jezus in de Jordaan wordt Hij aangewezen als de welbeminde Zoon. In Christus zoekt de Vader ons op. Teken van goddelijke solidariteit.

Ook wij zijn gedoopt. Op ieder van ons heeft God zijn hand gelegd. Hij geeft ons kracht om als verantwoordelijke christenen te leven juist ook in deze nare en spannende tijd. Op wat langere termijn lijkt er licht aan de horizon te schijnen. Maar de komende maanden  worden nog lastig. Wij moeten nog even de woestijn accepteren voordat er meer vrijheid en spontaniteit in het beloofde land mogelijk zal worden .

Levensvernieuwing
Het Evangelie bracht ons zondag opnieuw naar de Jordaan. Johannes de Doper heeft daar een massale doopbeweging op gang gebracht. Aan de oevers van de rivier spreekt hij mensen aan en daagt hen uit om hun leven nog eens goed te overwegen. Mensen moeten zich laten dopen als een uiterlijk teken van innerlijke reiniging. Want er staan grote dingen te gebeuren. De Messias is op komst. Johannes is er diep van overtuigd dat een bekering van het hart nodig is. Hij heeft met een scherpe blik om zich heen gekeken. Hij kent de wereld en hij kent het hart van ons mensen. Hij ziet het krabben en het klauwen. Hij ziet het onrecht en de onvrede. Er is zoveel dat het verbond met God weerspreekt.

Wanneer Johannes vandaag zou hebben geleefd dan zou hij ongetwijfeld wijzen naar oorlogsgebieden in Jemen en Ethiopië. Maar ook naar de 80 miljoen vluchtelingen die te vaak aan hun lot worden overgelaten. Maar ook dichter bij huis zou Johannes kunnen wijzen op onze eigen jaloezie, op onze zucht om de eerste te willen zijn; onze roddel en achterklap. Kijk maar, zegt Johannes, kijk in de spiegel en ontdek jezelf. Daarom klinkt die oproep tot ommekeer en levensvernieuwing. De doop is daarvan een teken. Water zuivert en kan zo een teken zijn van een nieuwe start.

Doop van Jezus: solidariteit met falende mensen
In het Evangelie lezen wij dat ook Jezus zich meldt bij Johannes. En Hij stelt een opvallende daad. Hij daalt af in het doopwater en laat zich door de Doper dopen. Op het eerste gezicht is dat vreemd en verwonderlijk. Want Jezus heeft toch geen bekering nodig. Hij is bij uitstek de Rechtvaardige die helemaal open is voor God en voor de mensen. En toch daalt hij af in het water van de Jordaan. Christus wordt zo helemaal één met ons. Midden onder zondaars en bedelaars neemt Hij plaats. De ene Rechtvaardige verklaart zich solidair met falende en liefdeloze mensen. Niet alleen op het kruis van Golgotha, maar ook al bij het afdalen in de Jordaan. Hij die geen doopsel van bekering nodig heeft, verbindt zich met allen die dat doopsel wel nodig hebben. Het gaat om een vrijwillige zelfgave die heel het openbare leven van Christus zal bepalen en die een hoogtepunt krijgt op het kruis, tot onze verzoening.

Als Jezus het doopsel ontvangt, krijgen wij een doorkijk op wie Hij is. De veelgeliefde Zoon van de Vader. God zoekt ons op. In Christus toont de Vader hoezeer Hij van ons houdt en ons nabij wil zijn. Jezus onthult Gods zachtmoedigheid en geduld; zijn verzoenende liefde. De contouren van het optreden van de Heer vinden wij terug bij de profeet Jesaja. Jezus roept niet en schreeuwt niet. Als de Barmhartige breekt Hij het geknakte riet niet, noch dooft Hij de kwijnende pit. Geknakt riet en een dovende pit zijn treffende beelden voor de situatie van ons mensen. Ons bestaan is immers gebroken. Wij verlangen naar geluk en vrede maar niet zelden leeft er onvrede in ons hart. Wij zijn kleine, broze mensen die kwetsbaar leven voor Gods aangezicht. Bij die stand van zaken komt Christus bij ons staan. Niet verwijtend maar solidair; niet verstotend maar vol aanvaarding. De geschonden mens wordt genezen, de schuldige mens ontvangt vergeving en de hulpeloze mens ontvangt nieuw levensmoed.

Ons eigen doopsel
Wij zijn ook gedoopt. Wij ontvingen niet het doopsel van Johannes. Wij zijn gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Geest. God heeft op ieder van ons zijn hand gelegd. Ons eigen doopsel wil meer zijn dan een etiket, meer dan een ritueel. Als het goed is, valt dat ook te zien aan onze manier van samenleven met God en met elkaar. Wij zijn geroepen om Gods liefde te delen met elkaar. Johannes doopt met water; Christus doopt ons met de Geest. En dat is, hopelijk, niet alleen een vrome kreet. Christus schenkt ons de Geest als Helper en Trooster. Juist in deze lastige dagen kunnen wij de hulp en de troost van de Heer natuurlijk ontzettend goed gebruiken. Wij blijven geroepen om een bijdrage te leveren aan de opbouw van onze Kerk. Door de coronacrisis spreken wij daar minder over maar de inzet voor een missionaire Kerk blijft actueel. Gods Geest maakt ons hopelijk creatief om wegen te vinden om het Evangelie van Gods onvoorwaardelijke liefde in Christus te delen met ons tijdgenoten.

U weet dat ik mij zorgen maak over het gebrek aan hoffelijkheid en de toename van de verharding in ons samenleving. Met afschuw hebben de meesten van ons afgelopen week gekeken naar de beelden uit Washington. Christenen zouden aan de verharding niet mee moeten doen. Niet alleen uit beschaving maar juist ook geïnspireerd door ons geloof. Ieder mens is een schepsel van God en heeft daardoor een unieke waardigheid. En juist in een gepolariseerde samenleving zijn christenen geroepen om het bonum commune, het algemeen welzijn te dienen. Laten wij vooral zoeken naar wat ons verbindt en in onderlinge samenwerking de noden van onze tijd bij de horens vatten.

Woestijn en beloofd land
Ik schrijf dit Woord ter bemoediging midden in de tweede lockdown. Doordat het vaccinatieprogramma is opgestart, lijkt er op langere termijn licht aan het einde van de tunnel te schijnen. Maar op korte termijn staan de meeste seinen nog op rood. De besmettingen blijven veel te hoog en de druk op de zorg is nog steeds zeer groot. In Bijbelse termen zijn wij  voorlopig nog in de woestijn. Juist nu moeten wij als christenen onze verantwoordelijkheid nemen en alles doen om het aantal besmettingen in te dammen. In de huidige omstandigheden zijn geduld, uithoudingsvermogen en veerkracht belangrijke waarden. In kracht van de troostende en helpende Geest van de Heer is er veel mogelijk.

Laten wij er zijn voor elkaar, juist ook voor mensen die in deze tijd extra eenzaam zijn. Een klein gebaar van humaniteit kan vaak het verschil maken. Een glimlach, een brief, een mail, een telefoontje, een klein cadeau of een mooie bos bloemen. Het is vaak een kleine moeite maar geeft groot plezier. Wij allen zijn kleine en kwetsbare mensen. Ons leven is geschonden en broos. Maar de Trooster en Helper kan ons bemoedigen en sterk maken. Laten wij volhouden. Nog even de woestijn accepteren voordat er hopelijk meer vrijheid en spontaniteit in het beloofde land mogelijk zal zijn.

Mgr. dr. Gerard de Korte
bisschop van ‘s-Hertogenbosch

VOORBIJ DE VERHARDING – over polarisatie en solidariteit

Zondagmiddag13 december tijdens het kerstconcert van de Schola Cantorum in de Sint-Janskathedraal sprak bisschop Gerard de Korte zijn jaarlijkse kerstboodschap uit.

Kerstboodschap 2020

 VOORBIJ DE VERHARDING

 over polarisatie en solidariteit 

Beste broeders en zusters,

In deze tijd van Advent leven wij stap voor stap toe naar het Kerstfeest.
Advent verbinden wij met woorden als verwachting en verwondering. Wij verwachten immers de komst van Christus. En wij mogen ons opnieuw verwonderen om God die ons in Hem heeft opgezocht. Christus als de Emmanuel. God met ons.

Dit jaar vieren wij het geboortefeest van de Heer in bijzondere omstandigheden. Het jaar dat bijna achter ons ligt, zal ongetwijfeld worden herinnerd als het jaar van het virus; een onzichtbaar virus houdt heel de wereld in de greep. En de gevolgen zijn enorm: medisch, sociaal en economisch. Miljoenen mensen op deze aarde zijn besmet. Een deel van hen is gestorven. Tallozen die al eenzaam waren, zijn nog eenzamer geworden. En voor velen is de bestaanszekerheid aangetast. Banen zijn verdwenen en niet weinig bedrijven zijn in de gevarenzone gekomen. Alles bijeen: een jaar van onveiligheid en onzekerheid, maar ook een jaar van polarisatie en maatschappelijke verharding.

Maatschappelijke verharding

Velen van ons hebben de afgelopen maanden de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten op de voet gevolgd. Wat in dat land gebeurt, heeft immers voor de hele wereld gevolgen.

De Verenigde Staten vormen nog steeds de machtigste natie op aarde. De uitslag van de verkiezingen zal velen in Nederland een zucht van verlichting hebben gegeven. Maar de giftige polarisatie is niet ten einde gekomen. De zittende president speelt een gevaarlijk spel. Hij zaait twijfel over de uitslag. Het is onverantwoordelijk gedrag want vertrouwen komt de voet en gaat te paard. Velen hopen dat de nieuwe president op een waardige wijze zijn ambt zal vervullen. Dat hij bruggen zal bouwen en mensen bij elkaar kan brengen. Verzoening en samenwerking hebben de VS juist in deze dagen hard nodig. Voorafgaand aan de verkiezingen was er een harde strijd met scheldwoorden, met verwensingen, met halve en hele leugens. Het toont dat de VS te maken heeft met een meervoudige crisis. Niet alleen medisch door de coronacrisis, niet alleen economisch en sociaal, niet alleen politiek, niet alleen een ecologische, maar vooral ook een morele crisis.

Wat geldt voor de VS, geldt helaas voor veel meer landen.

In september sprak de Franse minister van Binnenlandse zaken over een verwildering van de samenleving. Er leeft breed in de Franse samenleving een gevoel van onveiligheid. Zeker nu een leraar door een religieuze fanaticus op straat is onthoofd. Een afschuwelijk voorval: een onthoofding als wraak voor het tonen van een spotprent. Een schokkend gebeuren.

Helaas gaat de maatschappelijke verharding ook niet aan Nederland voorbij. Op sociale media wordt vaak op de man of vrouw gespeeld en niet op de bal. Politici krijgen te maken met bedreigingen. Steeds vaker is de sfeer grimmig, tot doodsverwensingen toe. Soms zelfs zodanig ernstig dat zij hun werk moeten aanpassen.

Enkele maanden geleden schreef Tony van der Meulen in het Brabants Dagblad een mooie column. Hij verwees naar het Titus Brandsmalyceum in Oss. Aan de muur van de school hangt een spandoek met als tekst: Land waarin samen zijn verademing is. Het vormt een regel uit een gedicht van de Eindhovense dichter Frank Eerhart.

Land waarin samen zijn verademing is:
mensen met korte lontjes en grote monden komen tot zwijgen;
mensen erkennen hun eigen kwetsbaarheid;
mensen zoeken naar wat hen verbindt.
Inderdaad: een verademing.

Enkele jaren geleden deed ik in een eerdere kerstboodschap een oproep tot hoffelijkheid in de publieke ruimte. Helaas is die oproep nog steeds nodig. Ons land zou nog mooier zijn als wij op een hoffelijke wijze elkaar tegemoet zouden treden.

Zoeken van oorzaken

De boosheid van mensen, hun woede, wrok en haat komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Soms is er sprake van ongerichte rancune. Maar achter de boosheid gaat veelal verdriet, het gevoel van miskenning en afwijzing schuil. Per land zijn er voor de maatschappelijke verhitting overigens grote verschillen. Toch meen ik dat er enkele zaken uitspringen en overal terugkomen. Ik noem allereerst de angst voor het andere; het vreemde. Maar ook, en daarmee verbonden, de groeiende bestaansonzekerheid van een deel van de bevolking. Bij de angst voor het vreemde valt een hele waaier te constateren.

Ik noem: angst voor Mexicanen in de VS;
angst voor moslims in Hongarije;
angst voor migranten in Nederland.

Die angst is, begrijpelijkerwijs, groter bij mensen met bestaansonzekerheid, met name in sociaal-economische zin. Veel angst leeft bij grote delen van de middenklasse. Zij vrezen een daling van hun levensstandaard. Migranten worden gemakkelijk gezien als concurrenten op de arbeidsmarkt en de woningmarkt. Een vacature kan maar één keer worden vervuld. En een sociale huurwoning kan maar één keer worden vergeven.

Deze angst vormt een realiteit die onze bestuurders serieus moeten nemen. Zij zijn geroepen om werkbare antwoorden te vinden voor de problemen van onze tijd. Maar angst kan mensen verlammen, zoals een konijn kan verstijven in het licht van de koplampen van een auto.

Paus Franciscus maakt zich zorgen over deze houding van angst. Zij maakt mensen immers gemakkelijk onverdraagzaam en zelfs racistisch. Angst berooft ons van het vermogen anderen werkelijk te ontmoeten. Zo verdort onze naastenliefde en ons menszijn. Het dempen van de bronnen van maatschappelijke angst en onveiligheid behoort naar mijn diepe overtuiging tot de opdracht van onze bestuurders op plaatselijk, provinciaal en landelijk niveau. Zo kunnen ook haat, onfatsoen en verbale en fysieke bedreigingen worden geëlimineerd.

Een katholieke reactie op de nood van onze tijd

Hoe kan een katholiek antwoord op de nood van onze tijd eruit zien?

De oproep tot hoffelijkheid en fatsoen heeft voor een christen niet alleen te maken met een vorm van beschaving. Hoe belangrijk innerlijke beschaving natuurlijk ook is, voor een christen heeft fatsoen en hoffelijkheid een gelovig fundament. Jezus zegt in het Evangelie belangrijke dingen:

Oordeelt niet, dan zult ge niet geoordeeld worden.
Veroordeelt niet, dan zult gij niet veroordeeld worden.
Sp
reekt vrij en gij zult vrijgesproken worden.
De maat die gij gebruikt zal ook voor u gebruikt worden. (Lucas 6,36- 38).

Niet een benepen maat hanteren maar een ruime, milde en barmhartige maat.

Is er dan geen goed en kwaad?

Is alles dan even waar?

Natuurlijk niet maar, zo houdt Jezus ons voor, de ander heeft misschien wel een beter zicht dan jijzelf. Wij kunnen heel gemakkelijk fel en onbarmhartig oordelen over de splinter in het oog van de ander terwijl wij aan de balk in ons eigen oog voorbij zien. (Lucas 6, 42).

Deze woorden van Christus hoor ik als een oproep tot bescheidenheid en zelfkennis.
Een oproep ook tot zelfkritiek en zelfcorrectie.

Niet oordelen, niet veroordelen maar dragen en verdragen.
Niet afstoten en isoleren maar erbij houden.
Niet afschrijven maar ons in elkaar verdiepen.

Fratelli Tutti

Op 4 oktober, de feestdag van de heilige Franciscus, publiceerde onze paus zijn nieuwe encycliek Fratelli Tutti. In deze rondzendbrief houdt de paus een hartstochtelijk pleidooi voor een broeder- en zusterschap. Mensen hebben dezelfde Schepper. Het is belangrijk om dat, ondanks alle politieke of levensbeschouwelijke verschillen, nooit te vergeten. In ons land worden felle debatten gevoerd. De vrijheid van meningsuiting lijkt grenzeloos.

Gelukkig het land waar je alles mag denken en zeggen. Maar even gelukkig het land waar mensen niet alles zeggen wat ze denken. Wij hoeven kwetsen niet tot norm te verheffen.

Daarom is een andere houding veel vruchtbaarder:
Even tot tien tellen.
Even beseffen dat woorden hard kunnen aankomen.
Vanuit respect de medemens niet willens en wetens beledigen.

Nederland heeft behoefte aan mensen die bereid zijn om in de schoenen van een ander te gaan staan. Aan mensen die kunnen luisteren en zich kunnen inleven in de ander. Geen verdere polarisatie en het vergroten van verschillen maar veeleer het zoeken naar consensus, onderlinge verbondenheid en solidariteit. In het Evangelie horen wij dat Jezus mensen met medelijden aankijkt. Medelijden is niet meewarig maar met sympathie. Dat wij sympathieke mensen zijn. Mensen die zuinig zijn op elkaar.

Tot slot

Broeders en zusters, wij zijn op weg naar het Kerstfeest.

Opnieuw vieren wij de geboorte van Jezus Christus. In Hem toont God zijn verbondenheid en solidariteit met onze wereld en met ieder van ons. Ik hoop dat de Heer in ons eigen bestaan welkom is. Uiteindelijk gaat het in ons geloof immers om een leven in verbondenheid en vriendschap met Christus. In kracht van zijn Geest kunnen wij alle verharding en polarisatie achter ons laten. In de kracht van zijn Geest kunnen wij kiezen voor verbondenheid en onderlinge solidariteit.

Vanuit die overtuiging wens ik u een gezegend, een zalig Kerstfeest toe.

Mgr. dr. Gerard de Korte

Bisschop van ’s-Hertogenbosch

Klik hier om de hele kerstboodschap te downloaden.

Voor het hele concert van de Schola Cantorum:

Geloofsgesprek met bisschop Gerard de Korte

Bisschop Gerard de Korte ontstak afgelopen week de tweede kaars van de adventskrans. Leo Fijen had een gesloofsgesprek met de bisschop.

De bisschop sprak over tekenen van de goedheid, de gemeenschapszin, de diaconie en de oecumenische samenwerking. Gelukkig zien we deze tekenen in de deze donkere en onzekere tijden. Het wordt Kerstmis, maar wel een kerstmis met veel zorgen en onzekerheden. Gelukkig ook een Kerstmis waarin het goede in de mens naar voren brengt.

Kerstmis op anderhalve meter, met noden en zorgen. Deze Kerstmis roept ons juist op extra naar elkaar om te kijken. Kijken naar de Ander doet kijken naar naar de ander.

We staan er niet alleen voor. Hij is erbij!

Klik hier om het geloofsgesprek terug te kijken!

 

‘Fratelli tutti’: In gesprek met bisschop De Korte

Op zaterdag 3 oktober ondertekende paus Franciscus in Assisi zijn sociale encycliek ‘Fratelli tutti’. Sinds het verschijnen van Rerum novarum (1891) hebben opeenvolgende pausen dergelijke ‘rondzendbrieven’ geschreven. “De Kerk heeft altijd sinds de Industriële Revolutie geprobeerd met dit soort teksten de samenleving een spiegel voor te houden: probeer correcties aan te brengen daar waar de menselijke waardigheid wordt aangetast”, vertelt bisschop De Korte in de podcast van Katholiek Leven.

“Paus Franciscus spreekt vaak over de ‘globalisering van onverschilligheid’. Laten we daar niet in vervallen, maar daar tegenover zetten een globalisering van de barmhartigheid en solidariteit”, vertelt bisschop De Korte.

00:00  / 27:09

“Dat heeft een hele gelovige achtergrond, omdat iedere mens volgens de Kerk een schepsel van God is. Dus als je een mens schendt, schend je een medeschepsel. Het aantasten van de schepping en schepselen is feitelijk ook een aantasting van de Schepper. Vandaar dus die grote nadruk die de paus legt op menselijke waardigheid.”

Bisschop De Korte vertelt over onderwerpen uit de encycliek, zoals oorlog, de doodstraf, klimaat en de cultuur van het leven. “Als iedere mens een schepsel van God is, hebben we niet het recht om een ander mens te doden”, aldus de bisschop.

Alle mensen hebben God als hun Schepper. “We zijn dus allemaal broeders en zusters van elkaar. Maar onze ene wereld is verdeeld in bijna tweehonderd nationale staten en dat maakt het vertalen van die universele broederschap weerbarstig.”

In zijn encycliek roept paus Franciscus op om bedacht te zijn op de meest kwetsbare mensen. Bisschop De Korte: “In Matteüs 25 zegt Jezus dat we Hem kunnen zien ‘in de minsten der mijnen’, dat wil zeggen juist in de arme en kwetsbare en zieke en gemarginaliseerde mens is Hij te herkennen. De paus wijst op de parabel van de barmhartige Samaritaan die de man langs de kant van de weg helpt. Er liggen op dit moment aan de rand van de wereldweg heel veel mensen. Daar mogen we niet met een boog omheen lopen. Paus Franciscus spreekt vaak over de ‘globalisering van onverschilligheid’. Laten we daar niet in vervallen, maar daar tegenover zetten een globalisering van de barmhartigheid en solidariteit.”

Bron: Katholiek Leven

Geloofsgesprek Mgr. De Korte: Over de toekomst van de kerk in en na corona.

“Praten over de toekomst van de kerk in en na corona, de bisschop van Den Bosch, deze zomer 65 jaar geworden, Gerard de Korte, kan dat als geen ander.
Over het besef van sterfelijkheid en kwetsbaarheid en over de troostende rol van de kerk bij het afscheid in beperkte kring.
Over de ontdekking dat we juist in deze tijden van afstand alleen maar konden leven dankzij de steun van de anderen, de gemeenschap en God.
Over de waarde van stilte en luisteren naar de Geest in deze crisistijd en de opdracht om deze houding van stilte en luisteren voort te zetten.
Over het belang van hoop dat de kerk heeft gegeven in een situatie van uitzichtloosheid en de uitdaging om die hoop ook te blijven verkondigen als bevrijdend perspectief.
En over de missionaire opdracht van de kerk om meer mensen te bereiken, zoals gebeurd is bij de online-vieringen. Daarover spreekt bisschop Gerard de Korte als hij de balans van de kerk opmaakt in deze tijden van corona.” – Leo Fijen.

Klik hier om het geloofsgesprek terug te kijken.

Kerken dragen fors bij aan bestrijding armoede

Kerken en diaconale organisaties dragen fors bij aan de bestrijding van armoede. Dat blijkt uit het armoedeonderzoek dat vrijdag 8 november gepresenteerd werd in de Pauluskerk te Rotterdam door onder anderen bisschop De Korte. Kerken besteedden in 2018 40,7 miljoen euro aan binnenlandse armoedebestrijding. Reken je de uren mee die vrijwilligers vanuit kerken aan dit werk gaven, dan komt er nog eens 47,9 miljoen euro bij. In totaal gaat het om een bijdrage 88,6 miljoen euro.

“De getallen van dit jaar spreken boekdelen. De cijfers maken ook duidelijk dat de diaconale kracht van onze kerken nog steeds aanzienlijk is. Misschien nog belangrijker dan de materiële hulp is de diaconale ontmoeting. Iemand die de moeite neemt jou te bezoeken, die je erbij houdt, iemand die met je mee loopt”, aldus mgr. De Korte in zijn toespraak bij de presentatie van het onderzoek aan staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij overhandigde haar de uitkomsten samen met scriba ds. René de Reuver van de Protestantse Kerk in Nederland. (Op de foto v.l.n.r. ds. De Reuver, Rene Peters (kamerlid CDA), staatssecretaris Van Ark en mgr. De Korte).

Mgr. De Korte: “Duizenden kerkmensen maken door diaconie iedere dag het geloof van hun doopsel waar en stellen op talloze plaatsen concrete daden van compassie en naastenliefde.”

In 2018 deden meer mensen een verzoek om hulp. In de top-10 van meest genoemde groepen die door kerken geholpen worden, vond sinds 2012 een verschuiving plaats. Stonden eerst ‘mensen zonder betaald werk’ bovenaan, nu zijn dat asielzoekers en vluchtelingen. ‘Mensen met een chronische ziekte’ en ‘gezinnen waarin één persoon betaald werkt’ worden veel vaker genoemd dan zeven jaar geleden.

Redenen voor hulpvraag
Schulden en een langdurig laag inkomen zijn de meest voorkomende redenen waarom mensen bij een kerk aankloppen. Andere redenen die kerken en diaconale organisaties noemen: vastlopen in loketten van instanties, last van ingewikkelde formulieren en terugvordering van teveel betaalde toeslagen. Bureaucratie als veroorzaker van de problematiek van armoede en schulden staat hoog in de ranglijst van genoemde problemen. De overheid is daarmee niet alleen armoedebestrijder maar ook veroorzaker van problemen.
Advies voor de overheid

Richting de overheid adviseren de kerken om fouten die mensen maken vanwege ingewikkelde regelingen of formulieren niet langer als ’fraude’ te bestempelen. Gelet op de specifieke problemen onder jongeren pleiten de onderzoekers voor het omhoog brengen van de jeugd-regelingen van 18 naar 21 jaar. Ook pleiten zij ervoor dat de overheid meer aansluiting zoekt bij hulpinitiatieven vanuit de kerken.
Het Onderzoek Armoede in Nederland is alweer de achtste editie van het driejaarlijkse onderzoek van kerken rondom armoedebestrijding. Aan het onderzoek, georganiseerd door het Knooppunt Kerken en Armoede, nemen de meeste Nederlandse kerkgenootschappen deel.

Kijk hier voor het complete armoedeonderzoek 2019.