Onderwijzen is toekomst

Onderwijzen is geloven in de toekomst. Een toekomst die mede gevormd wordt door de leerlingen die nu in uw klassen en in uw scholen aanwezig zijn. Zij zijn de toekomst en zij worden hiervoor uitgerust door wat u aan hen onderwijst. Onderwijzen is méér dan lesgeven.
banning_0091.jpg
Hiermee is het belang van u als docent onderstreept. Uw betrokkenheid bij de leerling, bij jonge mensen in ontwikkeling, en uw engagement met de samenleving bepalen de kwaliteit van die toekomst. We weten allemaal dat onderwijs geen kwestie is van louter kwantiteit en resultaten. Het is een zaak van het geweten. Onderwijs raakt aan wat het meest essentieel is in het menselijk bestaan: Waarom wilde u ook alweer leraar worden? Noem het roeping? U geroepen weten om uw bijdrage te leveren omdat die ertoe doet.
 
De keuze die de ene generatie maakt ten opzichte van de volgende generatie wordt o.a uitgedrukt in haar onderwijs. Hoe dit onderwijs eruit ziet laat zien hoe we denken over menselijkheid. Als we ons onderwijs zo organiseren dat de zwakkere leerlingen hiervan de dupe zouden worden dan zegt dat iets van het beeld dat wij hebben van menselijke waardigheid. Ook als het belang van onderwijzen ligt bij het klaarstomen van leerlingen voor het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt of voor goed burgerschap, dan zegt dat iets over hoe we denken over mens zijn.
 
Daarom is het belangrijk dat de beeldvorming die de waardigheid van mensen bepaald niet overgelaten wordt aan de waan van de dag. Dan zouden politieke, economische, technische invloeden het menselijk nut bepalen. Het is belangrijk waarden die uitstijgen boven menselijke willekeur te verankeren in het transcendente.

De mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, en in de meest zwakke en kwetsbare mens laat God zich zien. Dit roept het katholiek onderwijs op om hiervoor verantwoordelijkheid te durven nemen en kritisch te staan tegenover schijnbaar vanzelfsprekende beeldvorming om zo bij te dragen aan menselijke waardigheid en humanisering van de samenleving.
 
Werken aan bewustwording van het levensbeschouwelijke fundament van waaruit je werkt door te expliciteren wat impliciet aanwezig is daar kom het op aan. Door woorden te zoeken, een taal te ontwikkelen om te communiceren over waar het in het onderwijs uiteindelijk om gaat.