Nieuws

05 DEC

Column Mgr. De Korte: God doorbreekt onze eenzaamheid

Enkele jaren geleden stonden de media vol van een lugubere vondst in een huis in Rotterdam. Men vond de resten van een vrouw. Meer dan 10 jaar lang was zij al dood en niemand had haar gemist. Symbool van grondeloze eenzaamheid.

Nu is dit natuurlijk een extreem voorbeeld. Maar wij weten allemaal dat eenzaamheid in onze samenleving een groot probleem is. Veel oudere mensen leiden een eenzaam bestaan. In de tijd dat ik in Utrecht parochiepriester was, bezocht ik ouderen die twee keer per week iemand op bezoek kregen. Voor de rest waren zij alleen thuis.

Maar eenzaamheid speelt helaas niet alleen bij oudere mensen in onze samenleving. Een niet gering aantal jonge mensen heeft ook met eenzaamheid te kampen. En er zijn genoeg echtparen die fysiek samen zijn maar geestelijk eenzaam zijn omdat zij de meest wezenlijke dingen van het bestaan niet met elkaar kunnen delen. Uiteindelijk, zo zegt menig filosoof, is ieder mens op een bepaalde hoogte eenzaam. Ieder mens heeft een kern die verborgen blijft voor de ander. Tegelijkertijd proberen mensen die existentiële eenzaamheid te doorbreken door het zoeken van onderlinge verbondenheid, vriendschap en liefde.

God zoekt ons op
In de komende Adventsweken bereiden wij ons voor op het kerstfeest. Het kerstfeest is een feest van verbondenheid; van licht en verlangen naar vrede. De kerstboom wordt opgetuigd en lekker eten ingekocht. Familie en vrienden worden uitgenodigd, misschien ook wel om onze eenzaamheid te verdrijven. Want wij beseffen dat wij als mens alleen maar gelukkig kunnen zijn in verbondenheid met anderen.

In veel katholieke gezinnen wordt ook een kerststal geplaatst. Het christelijk kerstfeest draait immers rond de geboorte van Jezus. Met Kerstmis wordt duidelijk dat God onze eenzaamheid wil doorbreken. In het kerstevangelie van Lucas wordt dat concreet verteld, inclusief zingende engelen en aanbiddende herders. In het evangelie van Johannes klinkt het allemaal wat meer abstract en theologisch: het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Maar beide evangelisten zeggen met andere woorden hetzelfde: God komt ons in Jezus opzoeken. In Jezus toont God zijn liefde voor ons en laat Hij zien dat  die liefde de zin van ons leven vormt.

Is Christus welkom?
De grote vraag aan ieder van ons: ga ik in op het aanbod van God? Kan Christus werkelijk in mijn leven komen? Is er plaats voor Jezus in mijn herberg? Wil ik werkelijk in vriendschap met Jezus leven? Op naam van verschillende christelijke denkers staat de volgende opmerking: “Als Christus duizendmaal geboren zou zijn in de stal van Bethlehem, maar niet in ons hart, dan was zijn geboorte waardeloos”. Ik hoor in deze woorden een echo van de opmerking van Johannes de Doper: “ Hij ( = Christus) moet groter worden; ik kleiner”. En ik denk ook aan de mystieke woorden van de apostel Paulus:” Niet ik leef, maar Christus leeft in mij”.

Wij raken hier de kern van ons christelijk bestaan. Christelijk leven vraagt om een omvorming; om een transformatie. Mijn eigen ik moet steeds meer Christusgelijkvormig worden. Anders gezegd: ik moet steeds meer een Christophorus, een Christusdrager worden. Als wij Jezus werkelijk navolgen zullen wij biddende mensen zijn die God centraal stellen in ons leven. Wij zullen dan niet gevangen blijven in eigenbelang maar de naastenliefde gestalte geven. Wij zullen ons dan niet verharden  maar bij ruzie werkelijk kiezen voor vergeving en verzoening. Wij zullen dan mild en barmhartig zijn voor elkaar en zo Gods mildheid en barmhartigheid weerspiegelen. Ik wens u een vruchtbare tijd van Advent op weg naar het Kerstfeest.

Mgr. Dr. Gerard de Korte

 

05-12-2017