Nieuws

27 APR

100 jaar Fatima: Maria verwijst altijd naar haar Zoon

Zaterdag 13 mei, de gedachtenis van de Mariaverschijningen in het Portugese  Fatima honderd jaar geleden, zullen de Nederlandse bisschoppen tijdens een vesper in Maastricht hun bisdommen toewijden aan het Onbevlekte Hart van Maria. Bij menigeen buiten maar ook binnen de Kerk zal dat gebeuren vragen oproepen. Niet weinig seculiere Nederlanders zullen het feest zien als roomse folklore. Maar ook voor veel katholieken zal de toewijding de nodige uitleg behoeven. En juist in dit Lutherjaar, nu er op allerlei plaatsen oecumenische initiatieven worden georganiseerd, zal menig protestantse christen de vesper in Maastricht maar moeilijk een plaats kunnen geven. Alles bijeen een goede reden om nader stil te staan bij de plaats van Maria in de rooms-katholieke vroomheid.

Maria en Christus 
Maria vormt in het oecumenisch gesprek, zeker met orthodoxe protestanten, tot op de dag van vandaag een gevoelig thema. Voor menig protestant,die zweert bij het ‘Christus alleen’, is iedere aandacht voor de moeder van de Heer lastig. Maar juist in deze oecumenische tijd  is het goed om opnieuw over de plaats van Maria binnen de heilsgeschiedenis na te denken. Aandacht voor Maria betekent, ook in de rooms-katholieke traditie, direct ook aandacht voor Jezus Christus. Meer nog: de aandacht voor de moeder heeft alles te maken met de Zoon. Maria speelt een heel bijzondere rol bij het geheim van de menswording van God in Jezus. Zij is beschikbaar voor God om Jezus als de Emmanuel, God met ons, de wereld binnen te dragen. Is het niet om die reden dat het evangelie zegt dat zij door alle geslachten zal worden zalig geprezen (vgl. Lucas 1,48)?

Op de bruiloft van Kana, aan het begin van het openbaar leven van Jezus volgens het evangelie naar Johannes, zegt Maria tot de bedienden: “Doe maar wat Hij u zeggen zal” (Johannes 2,5). Voor mij spreekt Maria die woorden, over de hoofden van de bedienden heen, tot ons allen, tot op de dag van vandaag. Een geïsoleerde Mariadevotie is dan ook naar rooms-katholiek inzicht onbestaanbaar. Maria verwijst altijd naar haar Zoon. Er zal zeker nog steeds in het volksgeloof een geïsoleerde devotie tot Maria bestaan maar de kerkleiding probeert de Mariavroomheid consequent naar Christus te geleiden.

In het ‘Wees gegroet’ vertrouwen katholieken zich toe aan het gebed van Maria, hier en nu en tot in het uur van onze dood. Als de Nederlandse bisschoppen in Maastricht hun bisdommen aan de moeder van de Heer toewijden, doen zij feitelijk hetzelfde. De bisschoppen vertrouwen hun bisdommen toe aan het gebed van Maria. Maria, naar rooms-katholiek inzicht de eerste gelovige die in de opstanding van Christus mag delen, bewaart onze zorgen en noden in haar hart en brengt alles bij Christus en de Vader.

Maria en wijzelf
De uitstorting van de Geest op het Pinksterfeest geldt als de geboorte van de Kerk. Na de hemelvaart van de opgestane Heer verblijven de apostelen met Maria in een bovenzaal te Jeruzalem (Handelingen 1, 13-14). Het is dan ook niet zo vreemd dat op schilderijen en iconen over Pinksteren Maria vaak te midden van de apostelen wordt afgebeeld. In de katholieke traditie wordt Maria zo beeld van de ware gelovige. Haar beschikbaarheid, dienstbaarheid en intens geloofsvertrouwen mag iedere christen eigen zijn. Veel katholieken leven vanuit een dergelijke mariale spiritualiteit. Het is opvallend dat tijdens het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) de verzamelde bisschoppen geen apart Mariadocument hebben uitgegeven maar over Maria spreken in Lumen Gentium, het grote decreet over de Kerk (vgl. Lumen Gentium,8). Maria is toonbeeld en model van de Kerk, met name door haar geloof, haar liefde en volmaakte eenheid met Christus. Ik hoop en bid dat rooms-katholieken en protestanten, juist in dit Lutherjaar, oude stellingen verlaten en opnieuw met elkaar in gesprek gaan, ook over de betekenis van de moeder van de Heer binnen de omgang van God met deze wereld.

Mgr. dr. Gerard de Korte

 

27-04-2017