Nieuws

17 AUG

Bisschop De Korte: Ik hoop op institutionele eenheid

Bisschop De Korte: Ik hoop op institutionele eenheid

Op maandag 15 augustus, verscheen onderstaand interview met bisschop De Korte in het Nederlands Dagblad.

IK HOOP OP INSTITUTIONELE EENHEID
U staat bekend om uw affiniteit met het protestantisme. Waar is dat begonnen?
‘Ik weet het niet precies. Tijdens mijn studie geschiedenis was ik veel bezig met het probleem van het kwaad. Waar komt het kwaad en het lijden in de geschiedenis vandaan? Op dat punt vond ik toen antwoorden bij protestantse theologen zoals Oscar Cullmann en Hendrik Berkhof. “Christus, de zin der geschiedenis’’ van Berkhof vond ik een prachtig  boek. In mijn geboorteplaats Vianen onderhield de parochie goede contacten met de protestantse gemeenten ter plaatse. We hielden oecumenische vieringen en hadden een oecumenische Bijbelgroep. Ik kwam geregeld over de vloer bij een oudere protestantse vrouw. Met haar had ik veel goede gesprekken over het geloof’.
 
Wat trekt u zo in protestanten?
‘Wat mij boeit is de veelkleurigheid van de protestantse theologie en de sterke betrokkenheid op de persoon van Christus, die ik zelf heb leren kennen toen ik als student, bezig met de grote levensvragen, de Bijbel ging lezen.’
 
Best bijzonder voor een katholiek.
‘Dat valt wel mee, hoor. Er zijn meer katholieken die de Bijbel zelf lezen. Ik werd met name geraakt door de brieven van Paulus. Die grote vreugde van de apostel: ik ben gekend door Christus ! Mijn eigen spiritualiteit raakte erg op Christus georiënteerd. Die focus op Christus vond ik ook terug bij dialectische theologen zoals Karl Barth. Ik leerde van hem dat je de beslissingen van de Vroege Kerk helemaal kunt handhaven en tegelijk de vragen van de Verlichting uitermate serieus kunt nemen. Als theoloog ben ik in 1994 gepromoveerd op Barths goede vriend Eduard Thurneysen. Later als priester en bisschop leerde ik natuurlijk meer protestanten kennen. Met mensen als de evangelische theoloog Willem Ouweneel en de scheidend scriba van de Protestantse Kerk Arjan Plaisier heb ik altijd een klik ervaren.’
 
Wat is volgens u de blijvende waarde van het protestantisme?
‘Als eerste noem ik graag de liefde voor de Heilige Schrift. Die zou onder ons katholieken wel wat groter mogen zijn. De keerzijde ervan is overigens de eindeloze discussie over de interpretatie van een Schriftwoord. Ook de muziek. Bach natuurlijk. Maar ook het Liedboek voor de Kerken. Willem Barnard, Jan Willem Schulte Nordholt, Ad den Besten. Prachtige teksten, prachtige melodieën! En de preekcultuur. Als theologiestudent ging ik wel eens naar de diensten in de Utrechtse Jacobikerk. Dominee Kool stond daar toen. Een fenomeen. Ik weet nog dat hij een keer preekte over de jongeling van Nain. De stoet van de dood en de stoet van het Leven, die elkaar tegenkomen bij de stadspoort. Dat beeld staat in mijn geheugen gegrift.’
 
Als ik u zo hoor praten, denk ik: waarom bent u niet gewoon protestants?
‘Ik ben rooms-  katholiek maar ik voel een grote verbondenheid met protestantse christenen. Ik ben ook zeer verheugd over het feit dat we steeds meer ontdekken dat de overeenkomsten groter zijn dan de verschillen. God in Christus verbindt ons fundamenteel. Wat dat betreft, is er in de laatste vijftig jaar heel veel gebeurd Er blijven wel een aantal verschillen die maken dat ik katholiek ben en niet protestants. De katholieke visie op de sacramenten is veel rijker dan de protestantse. Als ik kijk naar de verhouding tussen Woord en Sacrament, dan zie ik bij de Reformatie een disbalans. Niet alleen omdat in protestantse kring het avondmaal meestal erg weinig gevierd wordt, maar ook om de inhoudelijke beleving van het sacrament. Voor veel protestanten is het avondmaal niet meer dan een gedenkmaal van Gods verzoenend handelen. In de rooms- katholieke beleving wil God ons daadwerkelijk in het brood en de wijn van de Eucharistie  ontmoeten. Eucharistie is dus meer dan een gedenkmaal. God vernieuwt deze werkelijkheid van binnenuit. Oosters-Orthodoxe christenen beleven de sacramentele dimensie van de werkelijkheid in theorie nog sterker dan rooms-katholieken. Zo las ik bij een orthodoxe theoloog dat sinds de doop van Jezus in de Jordaan alle rivieren in de wereld geheiligd zijn. Dat is een héél sterk sacramenteel denken.’ Lachend: ‘Ik denk trouwens niet dat ze dat in Rusland en andere orthodoxe landen écht geloven; anders zou daar wel minder milieuvervuiling zijn.’
 
Die disbalans kennen katholieken toch ook: het Sacrament ten faveure van het Woord?
‘Tot Vaticanum II, inderdaad. Vóór de jaren zestig functioneerde de liturgie vóór de Eucharistie uitsluitend als ‘voormis’. Dat is niet meer zo. De katholieke liturgie kent nu twee delen: de dienst van het Woord en de dienst van de Eucharistie. Woord en sacrament zijn evenwaardig aan elkaar, als de twee liturgische gestalten waarin God zijn volk wil ontmoeten. De katholieke liturgie, en dat is een ander punt, spreekt sterker de zintuigen aan. Neem de Paaswake, de mooiste en meest rijke liturgie van de Kerk. Alle zintuigen van de mens worden daarin aangesproken. Je begint in een donkere kerk. Dan wordt de Paaskaars aangestoken. De kaarsen gaan aan. Je ziet het licht. Alle kaarsen horen bij die ene Paaskaars, Jezus Christus. Er wordt gewierookt: je ruikt als het ware het gebed. Je wordt besprenkeld met het doopwater, je voelt weer dat je gedoopt bent. En dan is er natuurlijk ook het Woord. En de communie. De hele mens wordt aangesproken.’
 
En dan is er de visie op de Kerk.
‘Ja, katholiek zijn is onderdeel zijn van een Wereldkerk. Dat is erg troostrijk, zeker nu onze ‘’winkel’” het in Nederland niet zo goed doet. Ik ben ontzettend dankbaar voor deze paus. Paus Franciscus geeft mij veel bemoediging. Vooral ook door zijn sterke vroomheid. Zijn vroomheid en wat hij over Jezus zegt, vinden veel media niet interessant. Maar het is cruciaal voor zijn programma: opkomen voor de armen en voor de bedreigde schepping. Dat laatste wordt gevoed door zijn band met Christus’
 
Wat is de uitdaging waar het protestantisme voor staat?
‘Protestanten en katholieken hebben dezelfde uitdaging: hoe kunnen wij in Nederland over Gods openbaring in Jezus Christus verstaanbaar spreken? Het besef dat het daarom draait, zie ik gelukkig ook in de Protestantse Kerk.  Zelfs sterker dan een paar jaar geleden, als ik mij niet vergis. Ik denk dat de geestelijke erfenis van Arjan Plaisier daarvoor belangrijk is. Ik hoop ook vurig op een nieuwe scriba die de Protestantse Kerk op koers houdt.
 
Maakt u zich wat dat betreft zorgen?
‘Bij een aantal protestantse predikanten zie ik vrijzinnige tendensen, die ik zo niet onder katholieke pastores tegenkom. Zo kan God bij hen in het Bijbelverhaal opgaan en is Hij een literaire figuur geworden. Hoewel ook de Rooms-Katholieke Kerk vrijzinnigen kent (al kan dat eigenlijk niet), heb ik toch het idee dat een dergelijke Godsvisie niet bij mijn ‘’personeel” aanwezig is. Over zo’n literaire God kun je prachtig preken, maar - vraag ik dan maar scherp - kun je met zo’n God ook sterven? Als het leven spannend wordt, is Hij dan ook een Subject die je kunt aanroepen? Dáár gaat het over: dat we over God als een Persoon blijven spreken, en over een geloof dat relationeel is. De vreugde van het evangelie luidt: Hij kent mij! Op dit moment is er over en weer veel herkenning, een diep gevoel van verwantschap. Ja, ik denk dat dat proces schade kan lijden als er binnen de Protestantse Kerk mensen aan het roer komen die die grondhouding niet beamen.’
 
Die toenemende verwantschap, ziet u die ook met behoudende protestanten?
‘Ja, die zie ik ook daar. Ik werd een tijdje geleden geïnterviewd door twee journalisten van het Reformatorisch Dagblad. Niets te merken van afkeer. Er was vooral herkenning. Natuurlijk, ik ken de oude strijd: de paus als de antichrist. En inderdaad, de pausen van de zestiende eeuw waren niet de beste Petrussen. Sommigen waren gewoonweg verschrikkelijk. Maar kijk dan ook naar de pausen vandaag. Dat zijn toch geen machtsbeluste mensen? Kijk naar Franciscus, zijn vroomheid! En daarnaast: ook Petrus moest het hebben van vergeving.’
 
Waar gaat het naartoe met die toenemende verbondenheid?
‘Ik hoop op institutionele eenheid. Dat moet het doel zijn, maar als historicus weet ik ook dat je dat niet binnen tien of twintig jaar geregeld hebt. Daarvoor zijn er te veel verschillen. Niet alleen theologische, ook culturele.’
 
Wat is er op tegen om in de tussentijd alvast samen de Eucharistie of het avondmaal te vieren?
‘Ik denk dat wij op dat punt geduld moeten hebben. Wij erkennen elkaar als broeders en zusters, leden van dat ene lichaam van Christus. Maar er is tussen ons nog geen volledige communio, gemeenschap. Ik hoop straks wel. Dan vieren wij samen de Eucharistie als een kroon op de eenheid.’
 
Een verschil tussen priesters en predikanten is het celibaat. Hoe belangrijk vindt u dat?
‘Het celibaat is niet onlosmakelijk verbonden met het priesterschap. Het is een ‘eerbiedwaardige traditie’, zoals katholieken zeggen. Het zou ontkoppeld kunnen worden. Het celibaat is een charisma, een mooi Godsgeschenk. Je toont ermee dat je voor honderd procent beschikbaar bent, in navolging van de ongehuwde Jezus. Je bent vol van het Koninkrijk. Celibatair leven kán ook. In 1993 is Anke Bisschops op het thema celibaat gepromoveerd. Zij stelt, kort gezegd,  dat je gezond celibatair kunt leven als aan twee voorwaarden wordt voldaan: je moet een sterke Godsrelatie hebben én goede banden met familie en vrienden.’
 
Herkent u dat bij uzelf?
‘Jazeker. Voor mijzelf is het gezin van mijn zus belangrijk. Ik maak daarvan veel mee. Haar oudste dochter is mijn petekind. Ik hoor van haar en mijn andere nichtjes hoe jonge mensen leven. Dat is heel leerzaam. Een priester heeft geen eigen gezin, maar dat wil niet zeggen dat hij geen gezinsleven kent. Ik was 32 toen ik diaken werd gewijd. Dan zeg je ‘ja’ tegen het celibaat. Op zo’n leeftijd ken je jezelf al wel een beetje. Ik merkte dat ik het kan, dat ik als celibataire man gelukkig kan zijn.’ 

 

17-08-2016