Nieuws

26 JAN

Als atheïst heb je een groot geloof nodig

​Er wordt in de media een merkwaardige discussie gevoerd over geloof en rede. Zelfs de erudiete Arnon Grunberg merkt plompverloren op dat elke geloof gebaseerd is op een illusie. Hoe weet hij dat? Een ieder die probeert te bewijzen dat zijn geloof ‘waar’ is, verkeert in dwaling: het bovennatuurlijke laat zich niet bewijzen door het natuurlijke. Ons verstand is er niet toe uitgerust. Het tegendeel geldt evenzeer. Elke poging het bestaan van God te ontkennen op rationele gronden is eveneens vruchteloos. Als ik op mijn broodrooster Sky Radio niet kan ontvangen wil dat niet zeggen dat de zender niet in de lucht is en evenmin dat mijn broodrooster niet goed functioneert. Het is eenvoudigweg niet toegerust voor deze taak. Dit klinkt wel heel erg simpel om de discussie te duiden, maar uit de wetenschap kun je nu eenmaal geen theologisch standpunt afleiden.

De Oerknaltheorie werd destijds enthousiast ontvangen door de Kerk, niet in het minst door paus Pius XII, en fel afgewezen door atheïstisch Rusland als zijnde een clericale theorie. De fysicus die als eerste melding maakte van wat wij nu de Oerknaltheorie noemen, is inderdaad een katholiek priester: Georges Lemaitre (+1966). Opvallend veel journalisten, maar ook wetenschappers en studenten zijn met stomheid geslagen als zij vernemen dat de grondlegger van de  belangrijkste theorie van de moderne kosmologie een katholiek priester is. Lemaitre – bevriend met Albert Einstein - schreef zijn gerenommeerde artikel over het principe en kenmerken van het uitdijend universum in 1927, twee jaar voordat deze ideeën bevestigd werden door Edwin Hubble.

Waar het Broodje paap vandaan komt dat de Kerk vijandig zou staan tegenover de wetenschap is niet duidelijk. De RK Kerk in het algemeen en priesters in het bijzonder hebben zich bepaald niet vijandig tegenover de wetenschap opgesteld. Integendeel. Pater Lemaitre werd in 1936 aangesteld als president van de Pauselijke Academie voor Wetenschap. In 1960 ontving hij de monseigneurtitel vanwege zijn verdiensten op dit vlak. Dit voorbeeld staat niet op zichzelf. Zoals de Big Bang theorie het fundament is van de moderne kosmologie, zo is de genetica het fundament van de moderne biologie. Ook deze theorie is ontsproten aan een katholiek brein: de monnik Gregor Mendel (+1884). Hem trof in de Sovjet- Unie hetzelfde lot: verbanning.

Zoals gezegd, uit de natuurwetenschap kun je geen theologisch standpunt afleiden. De natuurwetenschap roept veel rationele en logische vragen op die buiten het bereik van haar eigen methoden vallen. Denk aan de vraag naar de ultieme grondslag van het bestaan. Waarom bestaat er iets in plaats van niets, is niet een vraag waarop natuurwetenschap een antwoord kan formuleren. Iemand als Dawkins miskent het feit dat de wetenschap op het niveau van de kennisleer opereert. Eigenlijk geeft hij aan de wetenschap een metafysische  betekenis die zij niet heeft. Wat mij betreft is dat een juiste conclusie, maar voor een atheïst is dit een wonderlijke constructie. Volgens mij is het volstrekt onlogisch om middels wetenschap aan wetenschap een niet-wetenschappelijke betekenis te geven. Natuurlijk is wetenschap voor atheïsten en voor gelovigen hetzelfde, maar het heeft geen zin wetenschap en geloof met alle geweld met elkaar te willen verzoenen. Dan doe je of de wetenschap, of het geloof geweld aan. Anderzijds is het onjuist te stellen dat geloof en wetenschap  onverzoenbaar zouden zijn. De katholieke traditie heeft altijd de wisselwerking gezocht. De Kerk heeft altijd de twee uitersten verworpen: het rationalisme (de rede zonder geloof), maar ook het fideïsme (geloof zonder rede).  De ratio alleen is niet in staat de waarheid te vinden; geloof zonder verstand is desastreus.

Grote geleerden als Descartes, Copernicus, Louis Pasteur en Blaise Pascal – om er maar een paar te noemen – delen het geloof van de Kerk. Het zijn diepgelovige katholieke wetenschappers die het geloof delen dat er zaken zijn die voor alle tijden en culturen gelden. Uitgangspunt van verkondiging van de Kerk kan niet anders zijn dan wat het altijd geweest is: fides et ratio, geloof en verstand. Als katholiek kun je niet anders dan geloven dat God bestaat, dat God alles geschapen heeft met een bedoeling, dat Zijn Zoon Jezus ons de weg voorgeleefd heeft naar dat einddoel. Het is de taak van de opperherder van de Kerk om dit geloofsgoed ongeschonden te bewaren. Juist in een tijd van geloofscrisis is het zaak het geloof te conserveren. In die zin is de Kerk altijd conservatief. Wat ongeloofwaardig is, is het veelgehoorde advies dat Kerk opvattingen die niet goed in de markt liggen maar prijs moet geven. Dat doen alleen populisten en non-valeurs. Een slechter advies is niet denkbaar.

De geschiedenis blijkt immers een geschiedenis van herhalingen te zijn: oorlogen, financiële crisissen, pandemieën. Hoezo vooruitgang? Desondanks blijft het seculiere tijdperk vertrouwen op verbetering. Wetenschap, techniek en welvaart denderen maar voort, maar desondanks blijven de frustraties, depressies, angst, dood, afgunst, kansen op onheil even groot als die van onze Neanderthaler voorouders. Het valt mij op dat het juist gelovigen zijn die er geen wensdenken op nahouden, maar met een bijzonder nuchtere blik de wereld observeren en analyseren. Het mooie van atheïsten vind ik wel dat ze – terwijl ze wonderen van de hand wijzen – er met een groot geloof op vertrouwen dat IMF, Silicon Valey, politiek en Johan Cruijff alle kwalen van de mensheid zullen verhelpen. Als atheïst heb je echt een groot geloof nodig. Zo’n groot geloof kan ik niet opbrengen. De aardige paradox is dat juist de pessimistische christelijke blik onlosmakelijk verbonden is met de hoop op verlossing, terwijl de seculiere optimist uiteindelijk het liedje van Doe Maar ‘Is Dit Alles’ tot anthem verheven heeft.

 

+Rob Mutsaerts

 

26-01-2015