Nieuws

13 MRT

Gilden hebben goud in handen

Op 9 maart 1935 werd op het kasteel Maurick in Vught de akte getekend voor de oprichting van de Gildekring Maasland. Afgelopen vrijdag kwamen daar, op die locatie, 75 jaar na dato de aangesloten schuttersgilden bijeen om terug te zien op die periode, maar ook en vooral om vooruit te kijken en te constateren dat de gilden "goud" in handen hebben.

Zeg je gilde, dan zeg je trouw, broederschap en solidariteit. Je denkt aan kleuren, protocol en folklore. En je ruikt het bier, dat ook vrijdag - na de koffie en het gebak en twee lezingen - "door d'aderen" stroomde.
Bij een dergelijke gildemanifestatie ontbrekenen de burgerlijke en kerkelijke overheid nooit. Het feest werd gevierd in aanwezigheid van bisschop Hurkmans, commissaris van de koningin Van de Donk, burgemeester Rombouts van Den Bosch en tal van zijn collega's van andere Brabantse gemeenten. Er waren lovende, analyserende en stichtende woorden voor de kringleden, bijeengekomen in de Orangeriezaal van het kasteel. Van daaruit overzag stedendwinger Frederik Hendrik het beleg van de hoofdstad van het bisdom, wat de periode van schuilkerken inluidde.

De gildebroeders en -zusters (in aantal wat ondervertegenwoordigd) werden meegesleept door de inleiding van emeritus-hoogleraar Herman Pleij. Die wist hen een 'Tjakka'-gevoel over te brengen. Pleij nam zijn gehoor een klein uur lang mee terug naar de middeleeuwen, de gouden eeuwen van de gilden. In kleurrijke bewoordingen schetste hij de gilden als een identiteitleverende vereniging in brede zin. Gilden hielden in de Middeleeuwen de samenleving bijeen, waren beschavingsinstituten die een wezenlijke invloed hebben gehad op, wat Pleij noemde: onze egalitaire samenleving. De driehoek kerk-staat-gilden was als het ware trainingsgrond van het poldermodel.

Er is vandaag de dag een vacuüm als het gaat om rituelen, een honger ook, volgens Pleij. Tolerantie maakt plaats voor een mentaliteit van 'moet kunnen...' en 'daar kan ik wel mee leven'. Mensen vinden nieuwe rituelen die vorm geven aan hun verdriet, bijvoorbeeld in het Oranje-gevoel, tijdens de nieuwjaarsduik, bij een massabijeenkomst als de begrafenis van André Hazes.
Volgens Bleij is er vandaag behoefte aan 'corporatisme nieuwe stijl' en honger naar rituelen. De gilden hebben in die zin een gouden toekomst, als ze de opdracht aan gaan, voor God, koningin en vaderland. Gewaarschuwd door suggestie van Pleij, dat we anno 2010 de Nederlandse wapenspreuk misschien beter veranderen van: 'Je Maintiendrai' in: 'Moet kunnen...'

13-03-2010