Nieuws

17 AUG

17 augustus 2009


   17 Augustus 2009
   BEWIJS VAN LIEFDE

Naar het voorbeeld van Jezus is de priester als “beheerder van de mysteries van God” zichzelf wanneer hij er is “voor de anderen”. Het gebed verleent hem een bijzondere gevoeligheid ten opzichte van deze “anderen”. Het geeft hem een open oog voor hun behoeften, voor hun leven en hun bestemming. Het gebed maakt het de priester ook mogelijk degenen te herkennen “die de Vader hem gegeven heeft”. Dat zijn vooral zij die door de goede Herder op de weg zijn gebracht van zijn werk als priester, van zijn pastorale zorg. (...) Het zijn de mensen die in geestelijke zin dichtbij staan en bereid zijn tot apostolische medewerking, maar ook de mensen die veraf staan, de afwezigen, de onverschilligen, die echter wel nadenken en op zoek zijn. Hoe kun je er zijn “voor” al die mensen – en “voor” ieder van hen – naar het voorbeeld van Christus? Hoe kun je er zijn “voor” hen die “de Vader aan ons geeft” en aan ons toevertrouwt als een opdracht? Het zal bij ons altijd gaan om een bewijs van liefde – een bewijs dat we willen leveren, op de eerste plaats op het gebied van het gebed. (...) En wanneer we de indruk hebben dat dit bewijs onze krachten te boven gaat, mogen we eraan denken dat de evangelist zegt dat Jezus in Getsemani: “werd overvallen door doodsangst, maar bleef bidden” (Lc 22,44).
Johannes Paulus II

Brief aan de priesters
Witte Donderdag 1987, nrs. 11-12

17-08-2009