Nieuws

15 MEI

Wapens in de economische crisis

Charisma’s en integriteit: wapens in de economische crisis

Het televisienieuws meldt vanmorgen: “Duitse economie in diepe depressie” en “Enorme percentages economische krimp”. De NRC van gisteren schreef onder het kopje “Bos: tijd dringt voor straf op hebzucht”: “Hij (Bos) wees op de bonussen die vooral in Angelsaksische landen weer worden uitgekeerd en op de exorbitante provisies die bij aandelenemissies worden betaald”.

Een gesprekje na de bijeenkomst donderdagavond over ‘Geloof in de economie’ (in een tent op de Parade in Den Bosch) met spreker Bert Heemskerk, directie-voorzitter van de Rabobank, gaat over bonussen van 100 miljoen dollar, 80 miljoen dollar…. “Hebben we er iets van geleerd?” Heemskerk zwijgt. “Wordt het niet weer gewoon uithuilen en opnieuw beginnen?” Heemskerk hoopt van niet.

Zeepbellen
Tijdens zijn inleiding, doorspekt met bancair idioom (vaktaal) waar gewone mensen weinig beeld bij hebben, maakt hij, gesteund door een PowerPoint presentatie van de Rabobank wel duidelijk dat de oorzaak van de crisis in hoge mate ligt in hebzucht en onvoldoende toezicht op het bankwezen, waardoor levensgevaarlijke praktijken konden groeien rond Amerikaanse hypotheken. Dat weten we. Hij noemt ook andere ‘zeepbellen’: extreme stijging bij voorbeeld van de olieprijs, rijstprijs, huizenprijzen (in Nederland) die allemaal gecorrigeerd werden: huizen van + 20 naar – 10 % in zeer korte tijd. Olie van 50 naar 140 naar 50 dollar per vat.

Probleem is ook dat niet alleen banken ‘pakketjes’ met hypotheekaandelen hebben gekocht, maar ook verzekeraars en pensioenfondsen. En wat de banken aangaat, die gaven 10.000 miljard dollar méér aan kredieten dan hun eigen vermogen bedroeg. We leefden internationaal, maar vooral in de VS, verschrikkelijk op de pof en dat werd in de hand gewerkt door een ongebreidelde beloningsstructuur, die wel bonussen kende, maar geen malussen. En nu gaat alles drastisch omlaag: de prijzen van de grondstoffen, de waarde van goederen en aandelen, de omzetten en de winsten, de productie daalt met 30 tot 40, zelfs 60 % en slechte bedrijven verdwijnen. 2009 is een zwaar jaar. En toch… is het bruto nationaal product er hoofd van de bevolking ‘slechts’ gedaald van 30.000 euro in 2006 tot ca. 28.000 euro nu.

Zijn recept? “We moeten terug naar duurzaam bankieren”, de klant centraal stellen dus, integer zijn. Daarvoor heeft een Commissie Maas een moreel-ethische verklaring geschreven die nogal padvinderachtig aandoet, maar hopelijk effectief is. Oprechter is de beginselverklaring van pater Gerlacus van der Elsen, oprichter van de Rabobank: “Den woeker te weren, de landman in zijn nood bij te staan, spaarzaamheid, naastenliefde, arbeidzaamheid en matigheid te bevorderen”.

Charismatische Economie
Leo Andringa, gepensioneerd bankdirecteur en prominent lid van Focolare (een van de nieuwe bewegingen) vindt dat de economische crisis een deel is van een hele reeks van crises: in de gezondheidszorg, de ecologie, de media… “Bijna alles draait om geld en macht. De vorige paus noemde deze tijd ‘de donkere nacht van onze cultuur’. Een grote crisis is een indicatie dat er grote veranderingen, niet alleen in de structuur maar ook in cultuur, gewenst zijn.”

Veranderingen in de economie kunnen evolueren vanuit charisma’s, toont Andringa aan. Hij heeft het dan over de inspiraties van grote heiligen als Benedictus en Franciscus. “De kerk noemt deze inspiraties charisma’s. Het zijn speciale genades geschonken aan bepaalde personen. Velen zijn stichters van religieuze ordes of (nieuwe) geestelijke bewegingen”. Daarmee doelt hij vooral op de vorig jaar overleden stichters van de Focolarebeweging, Chiara Lubich.

Maar wat de economie betreft, hebben we vooral te maken met een ‘verticale economie’. “Een institutioneel, hiërarchisch, juridisch en objectief te omschrijven economisch leven. Er is geen of alleen marginaal aandacht voor de invloeden vanuit de verschillende charisma’s, die als het ‘horizontale’ aspect van de economie kunnen worden beschreven – en die zijn niet minder effectief”.

Benedictus’ bid en werk
Andringa vertelt: “Omstreeks 500, het begin van de middeleeuwen en het einde van het Romeins imperium, begint Benedictus bij Rome zijn leven als kluizenaar. Voor zijn vele volgelingen sticht hij twaalf kloosters, ieder voor twaalf monniken en een abt. De monniken moeten zich onderwerpen aan een dagelijkse routine van gebed en lichamelijke arbeid. Door te werken als boeren en ambachtslieden moeten zij voorzien in hun dagelijkse levensbehoeften. Revolutionair is de stelling ‘ora et labora’, bid en werk. Maar in de cultuur van die tijd had werken geen aanzien. Alleen slaven werkten.

Benedictus verenigt de twee dimensies van het menselijk leven, het innerlijk leven en werk. Dit is een grote economische innovatie die zich geleidelijk uitbreidt tot heel West-Europa. Steeds meer kloosters (meer dan 500) ontstaan en de werkhouding van de monniken wordt overgenomen door de burgers eromheen. Zodoende produceert de gemeenschap veel meer dan het zelf nodig heeft. Er ontstaat handel met de omgeving, vooral met de steden, die daardoor kunnen groeien”. Uit het leven van de monniken en de gemeenschappen ontwikkelen zich industriegebieden, zoals in Italië boven Florence, maar ook in Nederland hebben zich vanuit de abdijen industrieën als bierbrouwerijen en kaasmakerijen ontwikkeld. De vele inpolderingen in het noorden van Nederland vinden plaats op initiatief van de kloosters”.

Er komen ook vragen op bij de monniken: tegen welke prijs goederen te verhandelen, is winst maken gerechtvaardigd, wat is de functie van de markt? Daaruit ontstaat de eerste ethische motivatie van de markt.

Franciscus’ paradox
“Franciscus”, vertelt Andinga verder, heeft de kerk van omstreeks 1200 laten zien dat deze in grote weelde leefde. “Zijn voorbeeld van het leven van de armoede was schokkend voor vele kerkvorsten. Eenmaal aanvaard door de kerk heeft het charisma van Franciscus de gehele kerk gezuiverd en verfrist”.

Met het charisma van Sint Franciscus ontstaat de moderne markteconomie, aldus Andringa. “Het is eigenlijk een paradox dat het charisma dat de armoede centraal stelt, de eerste economische school wordt, waar bovendien de geest van de moderne markteconomie uit voortkomt”.

Franciscus en de zijnen ontwikkelen de eerste systematische gedachten over de economie, over de waarde van goederen en geld. Ze vinden uit dat de waarde van een goed vooral afhangt van hoe schaars het is. Maar veel is niet meetbaar is, zoals de immense waarde van de liefde.”

De studie over het waardebegrip leidt tot gedachten over de markt. Die wordt gezien als een totaal sociaal gebeuren. De markt moet gebaseerd zijn op vertrouwen en geloofwaardigheid. “Alleen goede kooplieden met goede reputatie mogen er zaken doen. Hier is dus een duidelijke gelijkwaardigheid tussen de persoonlijke en de publieke ethiek”.

Ook over de rente wordt nagedacht. “De Franciscanen onderscheiden het verschil tussen rente en woekerrente en maken onderscheid tussen de begrippen geld en kapitaal. Vanuit die filosofieën ontstaan de eerste volksbanken, die tegen een uiterst lage rente geld aan armen lenen. De banken ontstaan uit liefde voor de armen om ze te beschermen tegen woekeraars.”

Economie van eenheid
In de lijn van de charismatische economie hoort volgens Andringa ook de ‘economie van gemeenschap’ thuis, die in 1991 in Brazilië is ontstaan als een daad van liefde voor de armen van San Paolo. “Bij Franciscus staat het leven van de armoede centraal, bij Benedictus het bid en werk, in de spiritualiteit van de Chiara Lubich eenheid. Eenheid kan ook in een bedrijf worden geleefd, waar de kwaliteit van de onderlinge verhoudingen voorop staat. Enkele van die bedrijven zijn naar buiten gericht met een voorkeur voor de zwakken in de samenleving. Een deel van de winst wordt met hen gedeeld. Een ander deel is voor de vorming van mensen in de cultuur van geven. Een derde deel is voor de verdere groei van het bedrijf. Er zijn over de wereld 750 bedrijven die deze spiritualiteit leven. Ze nemen deel aan de gewone markteconomie, maar vormen samen een soort laboratorium waar een humaan model van economie wordt geleefd”.

Die driedeling van de winst is inspirerend, zelfs voor regeringsleiders. “De Franse president Sarkozy heeft onlangs geopperd dat bedrijven hun winst in drieën zouden moeten delen: een derde voor investeringen, een derde voor de werknemers en een derde voor de aandeelhouders”.

Van geld naar mens
Terwijl de regen oorverdovend neerslaat op de tent, merkt Jumbo-supermarktdirecteur Karel van Eert samenvattend op: “De institutionele economie is niet in staat de crisis op te lossen. De mikro economie kan dat morgen al, maar dan moeten we onze gerichtheid omgooien van winstgericht op klantgericht, van geld naar mens”.

“En toch niet alleen de kleinschaligheid voorstaan”, zegt Jeroen Naaykens, directeur van de hogere agrarische school. “Wees blij dat er grote organisaties zijn die veel produceren, want dat hebben we nodig om de wereld in stand te houden”.

Echter, als een bedrijf ook een gemeenschap moet zijn, dan lukt dat volgens Andringa wel in kleine bedrijven, maar niet in grote. Waarmee de mondiale betrekkelijkheid van ook deze oplossing is aangetoond. De pil op ons bordje blijft voorlopig bitter.


15-05-2009