Nieuws

15 MEI

Gaven van het land

Een sterke basis, gefundeerd in waarden en rijke traditie, vormen het uitgangspunt van het programma “Waarden van het land” dat op donderdagmiddag 14 mei op de Parade plaatsvond voor boeren, burgers en buitenlui. Inleidingen van oud-minister Veerman, ZLTO-voorzitter Vermeer en bisschop Hurkmans nodigden uit om over thema's van waarden na te denken en in gesprek te gaan.

In zijn woord van welkom geeft bisschop Hurkmans de aanzet: “Als we praten over maatschappelijk verantwoord ondernemen, hebben we het meestal over het zoeken van evenwicht tussen drie waarden: economische, ecologische en sociale. En eigenlijk vergeten we er dan een die het fundament vormt van de andere drie, namelijk de persoonlijke overtuiging , de bezieling, de beleving: het geloof van waaruit je leeft en werkt, onderneemt en zorgt, ploetert en geniet. Dit is de bron van waaruit ook agrarische ondernemers nadenken over wat ze met hun bedrijf willen. Over deze persoonlijke waarden wordt niet vaak gesproken, zoals over het geloof dat ons drijft niet vaak gesproken wordt, maar vanmiddag willen we het daar wel juist wel over hebben”.

Oud-minister Veerman, tegenwoordig 'boer uit de Hoekse Waard', schetst drie hoofdlijnen voor zijn inleiding: “Waar sta je bij stil bij waarden van het land? De waarom achter vraag in feite. Ten tweede: wat zijn eigenlijk de waarden en zijn we die verloren? En ten derde: wat leert het land ons?”

“Land en tuinbouw is het hart van Brabant, dat verbindt de waarden van het land onmiddellijk met het bisdom. Samen hard werken en de invloed van de kerk heeft altijd een grote saamhorigheid teweeggebracht, gemeenschapszin, geborgenheid, troost, een vaste grond.” Veerman illustreert de nostalgie met een gedicht uit De Boerenpsalm van Felix Timmermans. Zijn tweede punt is een overzicht van de ontwikkelingen in het landschap van het agrarische leven. De agrariër die agrarisch ondernemer wordt. Schaalvergroting die nog altijd doorzet: “Per dag verdwijnen nog altijd tien boerenbedrijven, maar ook het verdwijnen van bijvoorbeeld de Veldleeuwerik die toch symbool stond voor het platteland. Je hoort hem niet meer. Materieel gezien hebben we wat gewonnen, maar door de industrialisatie zijn we ook een hoop verloren: sociaal, maatschappelijk en geestelijk. Kijken we naar wat het land ons te leren heeft, dan stellen we vast dat het land een gave is, geschonken en grond van orde der dingen. We leren ook dat we bewoners zijn van één schepping, in verbondenheid met elkaar en de natuur.

Wij zijn dus niet slechts wereldburgers in een globaliserende maatschappij. Als er geen bijen meer zouden zijn, hebben we nog voor één week voedsel op de wereld. Door naar het land te kijken, leren we bescheiden te zijn: we verwerven niet, we ontvangen. En met deze levenshouding komen leren we delen, oprechtheid en vertrouwen. De hedendaagse kredietcrisis is in wezen ontstaan door een gebrek aan vertrouwen. Het land vraagt dus ook om opgave, verantwoordelijkheid nemen, goed rentmeesterschap.” Aan de hand van het planten van een suikerbietzaadje legt de oud-minister uit dat we niet alles naar onze hand kunnen zetten: “die moet precies op de juiste diepte geplant worden, dan komt er een reusachtige plant uit”. Niet zelden wordt hij nog gevraagd om advies hierover. Veerman eindigt zijn inleiding met een pleidooi om de traditie in ere te houden: de ervaring van generaties is immers een 'uitbreiding van het stemrecht' van onze voorouders. Het prachtige Brabantse land maakt die traditie zichtbaar.

ZLTO-voorzitter Vermeer is de tweede spreker van het programma. Hij sluit zich aan bij de oud-minister en onderschrijft dat een basis van waarden nodig is om een voedselcrisis te voorkomen. Ook hij pleit voor duurzaam ondernemen en in zijn inleiding legt hij de nadruk op het vinden van balans en het optimaliseren van middelen en natuurlijke bronnen. “Recent onderzoek wijst uit dat wat jonge en oudere ondernemers ten diepste motiveert, nog altijd puur produceren is. Op de zesde plaats komt pas het geld”, aldus Vermeer. Bovendien is er volgens hem lef nodig om nieuwe technologieën toe te passen, ook waar het gaat om genetisch modificatie. “Dat doen we immers al lang met medicijnen. Het gaat om verbanden te zoeken. Geloof is de basis, van daaruit gaan we het debat aan in de samenleving: want is het wel zo goed om voedsel te zien als stuntproduct, zoals we vaak zien bij prijsvechtende supermarkten? Het vraagt om een mentaliteitsverandering bij de consument.”

Bisschop Hurkmans constateert dat de beweging van de thema's van voorgaande sprekers 'van landbouw richting de kerk' is. Hij draait het daarom om. Uit eigen ervaring spreekt hij over zijn 'huufke' (moestuintje): “Als je in de grond aan het wroeten bent, maakt je dat gezond.” Volgens de bisschop zitten de mensen teveel binnen en raken ze daardoor het gevoel voor de natuur kwijt. “Mensen maken echter toch de beweging terug naar de natuur, en dan ontstaat er automatisch meer begrip voor boeren.” Een vergelijking daarop is het 'ter kerke' gaan. Het geeft kracht om er steeds opnieuw 'anders in te gaan staan' en een houding aan te nemen van creëren, ontvangen en in wijsheid te profiteren. “Hij gelooft in mij”: wij zijn gewild, wij hebben een opdracht. Door te antwoorden gaan we in op de roeping van ons bestaan. Vanuit die diepe basis kunnen we verbanden leggen naar het ondernemen. Daarom is het goed te verdiepen in de traditie van het land. Daar is moed voor nodig, maar Hij gelooft in mij”.

Te gast is ook father Emmanuel, de priester die is meegekomen met de groep uit Uganda. Uganda is totaal afhankelijk van landbouw en de ervaringen van de priester sluiten aan bij het thema. Father Emmanuel: “Voor ons is het land een gave van God, wij zijn er direct afhankelijk van. Daarom bidden we er concreet voor, voor regen, voedsel. Omdat we maar één seizoen hebben om te planten, moeten we uiterst efficiënt en hard werken, maar tevens geduld hebben.”

De parabel van de zaaier is voor hem daarom evident. De zaaier zaait in verschillende bodems: de rotsgrond, tussen de doornen en in goede aarde. Jezus had goed contact met de 'aarde' en father Emmanuel vergelijkt in dat opzicht de afbeeldingen van missionarissen die in de ene hand de bijbel, en in de andere hand een houweel dragen. Sinds tien jaar gebruikt de priester een stuk grond om vroegtijdig schoolverlaters te leren hoe zij dit kunnen verbouwen. Vanuit de concrete realiteit 'geen voedsel, geen leven' is het voor hem de uitdaging om een agrarisch leerprogramma te combineren met evangelisatie.

Na een pauze en intermezzo van cabaretgroep “Pro et contra” uit Asten is het de beurt aan Hein Pieper. Pieper draagt een politieke column voor waarin hij oproept af te vragen 'waartoe wij op aarde zijn'. Het is de centrale vraag die van belang is bij benadering van de crisis, die alle sectoren impliceert. “De mens centraal stellen en samen de schouders eronder,” meent tweede kamerlid Pieper.

Het laatste gedeelte van het programma bestaat uit een vragenronde en interactie met de aanwezigen in de tent. Oud-minister Veerman antwoordt op de vraag wat hij zijn kleinkinderen zou vertellen over het 'mooie' van het het boerenvak, om 'vooral voor alles in het leven je best te doen'. Bisschop Hurkmans heeft geen kleinkinderen, maar zou bij kinderen altijd trachten 'verwondering te wekken', maar kan evengoed verwonderd staan van kinderen zelf: “Je kunt ook iets van hén leren. Zoals een kind van drie naar een bloem kijkt, dat verwondert mij.” Vermeer is het met die verwondering eens. In de natuur is veel af te lezen dat voor het boerenbedrijf leerzaam is. Bovendien biedt het verbinding naar het bovennatuurlijke.

Een agrariër uit de zaal verwoordt een herkenbare kwestie: “soms moét je economische beslissingen nemen. Vroeger hielp iedereen elkaar, nu is dat niet meer het geval.” Als voorbeeld komt de melkrobot ter sprake waarmee de man werkt. Vermeer ziet het verband met natuurlijke factoren: “wil de melkrobot slagen, dan moet de koe goed in haar vel zitten. Het slagen van de productie hangt dus samen met de juiste mix tussen technologie en respect ten opzichte van de natuur. Veerman bevestigt dat het sociale leven is ingeperkt door schaalvergroting. “Mensen vereenzamen door technologie. Televisie bracht entertainment thuis, het werkte gemakzucht in de hand. Daarom is er opnieuw een besef nodig van gemeenschap, en dat gaat niet vanzelf. Of de kerk ook lijdt onder schaalvergroting antwoordt de bisschop dat hij verschillende factoren ziet. De jeugd trekt naar de steden en het valt hem op dat iedereen haast heeft. “Maar de kerk staat voor gemeenschap. Zij sticht telkens gemeenschap, en wel een mix van mensen van verschillende afkomst. In zo'n gemeenschap zit kracht. Als opdracht richting de toekomst is krachtenbundeling noodzakelijk. Het kleinschalige moet daarbij niet vergeten worden. Samen zijn we kerk en dat biedt inspiratie: 'samen met de handen in de aarde'.

Als laatste slotvraag komt de gespreksleidster terug op de opmerking van Vermeer over het toepassen van genetische modificatie: “Hoe gaan we zorgvuldig om met de schepping en is alles wel goed wat mogelijk is?” In antwoord op deze vraag reageert Vermeer dat randvoorwaarden belangrijk zijn: “definiëren wat niet mag.” Met het versnellen van natuurlijke veredeling is principieel niets verkeerd. Dat gebeurt altijd al en het moét, omdat er behoefte naar is. Bisschop Hurkmans haalt het eerder gebruikte citaat uit de catechismus weer aan: “Waartoe zijn wij wij op aarde? Mogelijkheden zijn inderdaad niet altijd goed. We moeten het daarom in het geheel bekijken. Er is niets tegen een betere manier van produceren, maar daarbij is voorzichtigheid geboden: “Wat zijn immers de effecten op langere termijn?” Volgens Veerman is het veeleer een kwestie van eerlijke verdeling: “We moeten het spek snijden waar het zit.” Hij is kritisch ten opzichte van de houdbaarheid van de mentaliteit: techniek helpt niet op langere termijn, de juiste mentaliteit wél.
15-05-2009