Nieuws

13 MEI

Barmhartigheid in gezin, buurt en stad

Het geloofsfeest naar aanleiding van het 450 jarig bestaan van het bisdom Den Bosch is in zijn uitwerking een feest van allen voor allen. Door de veelzijdigheid is het aantrekkelijk voor alle mogelijke gelovigen en bijna-gelovigen. Naast spetterend feest, liturgische vieringen en bijeenkomsten voor jongeren en minder jongeren was er ook ruimte voor debat. Dinsdagavond waren drie sprekers uitgenodigd om met het publiek te spreken over barmhartigheid. Hilde Kieboom gaf een uiteenzetting over het heel concreet vormgeven van barmhartigheid. In Antwerpen leidt zij een huis van Sant Egidio waar talloze daklozen en andere hulpbehoevenden opgevangen worden. Frater Wim Verschuren van de Fraters van Tilburg heeft een beweging van Barmhartigheid opgericht die groeiende is. Pastoor Berkhout uit Volendam vertelde over de opvang van slachtoffers na de cafébrand op nieuwjaarsnacht 2001.

foto: Jaap van EedenFrater Verschuren stelde dat het een misser geweest zou zijn als barmhartigheid geen plaats had gekregen in het programma van het geloofsfeest. Het vormt in zijn ogen immers de kern van het evangelie. In de zeventiger jaren raakte de congregatie en dus ook Verschuren in een diepe crisis., omdat ze hun plaats in de samenleving kwijt waren. In een lang proces van herbronning ontdekte men opnieuw de barmhartigheid als de kern van hun leven. Een rode draad die richting geeft en gelukkig en vruchtbaar maakt. Geleidelijk groeide het besef dat barmhartige liefde voor de Kerk en de hele samenleving een fundamenteel aspect van mens-zijn is. Bij het 150-jarig bestaan in 1994 traden de Fraters met dit programma naar buiten. Tien jaar later had de Beweging van Barmhartigheid al 500 leden. Door dit netwerk van mensen die willen leven vanuit de barmhartigheid zijn de woorden mededogen en barmhartigheid weer terug in het gewone taalgebruik. De werken van Barmhartigheid kregen weer handen en voeten.

Barmhartigheid is volgens de frater liefhebben met het accent op de kwetsbaarheid, het tekort in ieder van ons. Het is het antwoord op het menselijk lijden. De centrale figuur in de parabel van de Barmhartige Samaritaan is de gewonde man langs de weg. Barmhartigheid is niet boven de ander gaan staan, maar hem als gelijkwaardige broeder en zuster beleven. Als leefregel voor alle dag gaf Frater Verschuren: “Zien – bewogen worden – in beweging komen”. Omdat de organisatie voor deze avond het motto ‘Kerk en Samenleving’ gekozen had, nader gespecificeerd in ‘de barmhartige stad’, sprak Verschuren ook over de rol van de gemeentelijke overheid in het leiding geven in barmhartigheid. Het vraagt moed, was zijn aantekening. Het evangelie van barmhartigheid in praktijk brengen betekent verder te gaan dan de regels en de instructies. Maar zoals bij de Barmhartige Samaritaan zijn er twee gelukkig: degene die barmhartig handelt en degene die barmhartigheid ontvangt.

Hilde Kieboom begon met de constatering dat men het blijkbaar moeilijk heeft met het begrip barmhartigheid, omdat het iets van je persoonlijk vraagt. Bij ons werk voor de marginalen wil ik uitgaan boven het verzorgen zoals het in sociale wetgeving is vastgelegd. Er is nog veel te doen. We zijn getuige van een wereld die verruwt. Ook in onze geregelde samenleving zijn er altijd mensen die door de mazen van het net vallen. Jezus heeft trouwens gezegd: er zullen altijd armen om u heen zijn. Vaak heeft men de neiging bij maatschappelijk problemen naar de overheid te verwijzen. Maar die kan niet alles oplossen, stelde de Antwerpse. Er moeten andere netwerken gevormd worden in de buurt, in de stad. Persoonlijke daden van Barmhartigheid zijn minsten even belangrijk als een beter politiek beleid.

foto: Jaap van EedenPastoor Berkhout was van mening dat Barmhartigheid altijd betekent een keuze te maken. Bij de slachtoffers van de cafébrand kon hij vaak niet veel anders dan bij de slachtoffers te staan in een sprakeloos mededogen. Toch geef je daarmee aan de mensen hun menswaardigheid terug. En door die keuze te maken voor de ander, wordt je zelf beter, concludeerde ook hij. Ter illustratie vertelde hij over een vrouw, wier dochter een jong kindje verloren had aan een kwaadaardig gezwel. Ze was zo wanhopig verdrietig dat ze God ging haten. Toen ze hoorde dat er een stille tocht gehouden werd voor de slachtoffers van de cafébrand, dacht ze: daar moet ik naar toe. Op zeker moment werd er een Onze Vader gebeden en onmiddellijk viel alle verdriet van haar af.

Een aanwezige burgemeester hekelde in de discussie met de zaal dat ons liefdewerk steeds meer geprofessionaliseerd is. Juist bij grote rampen werk je vanuit het hart. Dan valt ook op dat mensen het immateriële zoeken en dat is vaak de Kerk, had hij gemerkt. Je hebt dan even geen boodschap aan een draaiboek. Ik zou in zo’n situatie zeker contact met de Kerk zoeken. Hilde Kieboom haakte daarop in met de opmerking dat er bij rampen een grote behoefte bestaat om iets te doen. De bekende witte marsen zijn een voorbeeld. Eigenlijk moeten we daarop inspelen, zodat er een proces ontstaat. Rampen kunnen zo scharniermomenten zijn. Een andere burgemeester zegt contact te houden met de gemeentelijke meldkamer. Bij het lief en leed wat hij daar hoort, gaat hij de mensen opzoeken. Vaak wordt er dan niet eens veel gezegd, maar achteraf hoort hij dat de mensen het enorm waarderen.

foto: Jaap van EedenVerschuren benadrukte de centrale rol van de opvoeding in het gezin. Dat moet een opvoeding tot barmhartigheid zijn, vond hij. Als je dat constant thuis geleerd hebt, kun je dat in moeilijke situaties ook toepassen. Het voorbeeld van ouders is daarbij van doorslaggevend belang. Als de burgemeester breeduit met een ketting komt, gebeurt er niets. Het wordt niet goed in de straat, de buurt, de stad als het niet in het gezin gebeurt. Of zoals bisschop Hurkmans het bij de afsluiting omschreef: het gaat om een gesteldheid, een grondtrek van barmhartigheid.
13-05-2009