Nieuws

13 MEI

Avond Kunst en Geloof

Dat kunst en geloof beide uitnodigen te kijken naar de dingen die men niet kan zien, werd tijdens de debatavond “Verum, Pulchrum, Bonum” op maandagavond 11 mei alleszins duidelijk. Met gespreksleider Wilfred Kemp traden violiste Jarka Delaporte, schrijfster Vonne van der Meer en priester kunsthistoricus Antoine Bodar binnen in het domein van de religieuze ervaring van de kunstenaar.

Daarvoor was het volgens Antoine Bodar allereerst nodig het onderscheid te kennen tussen religie en godsdienst. Religieuze kunst behoeft niet in de eerste plaats ten dienste te staan van godsdienstbeoefening. Elke kunstenaar zal de religieuze ervaring herkennen tijdens het scheppen van zijn of haar werk, maar het hoeft niet zijn bedoeling te zijn godsdienstig bezig te zijn.

Jarka Delaporte herkent dat als violiste van het Nederlands Philharmonisch Orkest. Samen met haar man verzorgt zij tevens de muzikale opluistering van de avond. Delaporte licht nuchter toe: “Muziek spelen is niet altijd een religieuze ervaring, het is vaak ook hard werken en oefenen.” “Je hebt inspiratie en transpiratie” vult Bodar aan. Volgens Vonne van der Meer zijn kunstenaars vertrouwd met iets te willen bereiken, maar ook met afwachten, op 'genade' om iets nieuws te maken. Zo'n woestijntijd is nodig. Het is louterend. Van de andere kant is het gevaarlijk om die genade meteen toe te schrijven aan goddelijke inspiratie, want dan houd je God verantwoordelijk als het even niet lukt. Dan is een ontvankelijke, gelovige houding nodig.

Hoe zit het dan met de schoonheid, 'pulchrum'? Bodar: “Dat overkomt je. Zoals Rudolf Otto zegt: “gegrepen worden is belangrijker dan begrijpen” God laat zich makkelijker vinden in een mooie kerk dan in een lelijke. Aan God wijdt je namelijk alleen het beste.” Maar ook in de afwezigheid van het schone is God te vinden. Delaporte herkent deze paradox: “Eens speelden we in Praag een stuk van Mahler, waarbij 3 minuten perfecte stilte hoorde. Deze stilte hield de toehoorders zo in bedwang, dat het voor velen een religieuze ervaring was.” Schoonheid is een toegankelijke weg naar geloof die juist in deze tijd veel kansen heeft.

Ter voorbeeld hiervan leest Van der Meer een passage voor uit haar boek Zondagavonden. De hoofdpersoon uit het stukje bidt, hetgeen voor Van der Meer de uitdaging betekende dit toegankelijk te maken voor haar brede lezerspubliek. Met een tweede passage over de laatste sacrament bij een stervende wekt ze doorgaans veel sympathie voor de rol die de priester.

De moderne kunst laat het overbodige weg: “less is more”, meent Bodar, waarbij hij de verbinding legt refereert naar de liturgie. “Liturgie mag armig zijn, maar niet slorig”, waarmee hij theoloog Van der Leeuw citeert om te zeggen dat de essentie en tevens de schoonheid van de liturgie naar voren komt in haar orde, trouw en dienstbaarheid.

Vanuit de zaal wordt opgemerkt dat kunst vaak wordt beoordeeld aan de hand van recensies. Van der Meer reageert daarop dat zij tegenwoordig juist gezaghebbende critici mist: “Internet maakt dat iedereen iets kan zeggen, terwijl het juist zo waardevol is als iemand van gewicht je werk beoordeelt”

De ruim 80 belangstellenden leken in hoofdlijnen eensgezind en vooral dorstig naar diepgang. Hun vragen waren dan ook in de lijn van de sprekers: “Hoe communiceren we kunst? Hoe kunnen we origineel zijn, en een zogenaamde horzel die een pijnplek veroorzaakt?” Van der Meer merkt op dat we de uiting van de kunstenaar serieus moeten nemen, zolang die serieus bedoeld is. Een andere reactie uit de zaal pleit voor smaakopvoeding bij de katholieke jongeren. Op de vraag of er kerkelijke richtlijnen bestaan voor kunstontwikkeling, antwoordt Bodar: “De kerk moedigt aan om kunst en geloof samen te brengen, maar niet door alles te verbieden.”

Bisschop Hurkmans was in zijn slotwoord blij dat Rudolf Otto eerder ter sprake kwam. Dezelfde dynamiek vinden we namelijk terug in het motto van het Geloofsfeest: 'Hij gelooft in mij'. “We beginnen niet met de benadering of ik zelf geloof, maar God is ons een stapje voor. Het is aan ons om te reageren. Kunst heeft door de eeuwen en crisissen heen mensen geholpen te geloven. God kent onze plaats. Wij zijn in Gods hand”, aldus bisschop Hurkmans.

Klik hier voor het fotoalbum van de avond van Kunst en Geloof.
13-05-2009