Nieuws

27 NOV

Ik kan het puin ruimen want Hij gelooft in mij

Als thema voor het 450-jarig jubileum van het bisdom is gekozen voor ‘Hij gelooft in mij’. Ellen Kleinpenning sprak met Edwin en Vonny Roes uit Uden over de betekenis van dit thema in hun leven. Vonny en Edwin zijn trouwe parochianen in Uden en hebben zich in mei 2007 ook ingezet voor het plaatselijke Geloofsfeest. Die grote betrokkenheid bij de Kerk is er niet altijd geweest.



Vonny: “Toen ik Edwin leerde kennen heb ik niet veel meer met het geloof gedaan. Ik had wel het besef dat God er was, maar dat liet me onverschillig. Het ging ons goed: eerst een huurhuis, toen een eigen huis, we gingen naar de beurs en we handelden in aandelen. We wilden steeds méér. Echt geluk en vooral tevredenheid ontbrak, weet ik nu. We waren altijd op jacht naar méér.”
Edwin: “Het fundament van onze relatie was gebaseerd op geld en het vervullen van onze behoeften, maar altijd bleef er een holle ruimte. We zochten de spanning om meer geld, meer luxe te krijgen. Uiteindelijk viel dat in duigen. We raakten alles kwijt en pas toen beseften we dat we eigenlijk nooit iets hadden gehad. Van de ene op de andere dag was ons zelfgebouwde fundament weg.”

Vonny: “Het effect was dat we elkaar de schuld gingen geven. Onze relatie daalde tot het nulpunt. We hebben toen met de kinderen gepraat en gezegd dat we beiden onze eigen weg zouden gaan. In die periode ben ik wel gaan bidden: ‘God, ik kan het niet meer’. Toen liep er een vrouw binnen die me vertelde dat Jezus haar leven had veranderd en dat ze met anderen in de bijbel las. Ik ben toen een keer met haar meegegaan en toen hoorde ik Jezus zeggen: ‘Ben je belast? Geef het aan Mij’. Op dat moment ervaarde ik dat ik mezelf mocht overgeven aan God. Die paar woorden gaven me de kracht om tegen Edwin te zeggen: ‘Van mij zul je nooit meer horen dat ik van je wil scheiden!’ En als we dan toch weer ruzie hadden, zei ik niets maar trok ik me terug in de schuur en zei telkens tegen mezelf: ‘God gelooft in mij, Hij weet dat ik kan veranderen, dat ik ons huwelijk kan redden’. Dat besef werd steeds sterker. Ik kan de puinhoop opruimen, want God gelooft in mij. Door Hem kan ik dingen herstellen, door Hem kan ik haat omzetten in verdraagzaamheid en liefde.”

Edwin, jij deelde die ervaring niet. Hoe stond jij tegenover die verandering bij Vonny?

Edwin: “Voor mij was de lol weg. Telkens als we ruzie hadden, kreeg ik geen weerwoord meer. Dat was heel moeilijk. Ik heb lopen tieren en vloeken en steeds zei Vonny dan: ‘je raakt mij niet’. Dat heeft me aan het denken gezet: waarom zoekt mijn vrouw mij niet, maar gaat ze naar God? Ik ben vreselijk geschrokken toen ik besefte: zij kiest voor Hem!”
Vonny: “Toen ik dat merkte, ben ik op mijn knieën gegaan en heb ik vergeving gevraagd aan Edwin. Dat was heel moeilijk voor mij, maar God gaf me dat in. Hij geloofde dat ik dat kon.”
Edwin: “Dat gaf bij mij de doorslag. Ik gaf haar van alles de schuld, maar als zij dan vergeving vraagt, dan denk je: ‘het lag toch ook aan mij. Het is toch niet allemaal haar fout geweest’. En toen hebben we er over gesproken dat God in ons gelooft en dat wij samen in staat zijn om een nieuwe start te maken met elkaar, met ons gezin, met ons leven.”

Als ik naar jullie kijk, dan zie ik dat jullie daarin geslaagd zijn. Maar hoe verliep die nieuwe start?

Edwin: “Zo’n verandering is niet eenvoudig. Beetje bij beetje slaag je er in. God gelooft in ons, in onze capaciteiten. En nu we open stonden voor Hem, vormde Hij ons om.”
Vonny: “Hij heeft ons gevormd naar het doel wat Hij met ons in gedachte had… een andere kijk op het leven.”

Edwin: “Het grootste gevoel van geluk heb ik gekregen toen ik na 23 jaar ben gaan biechten. Het was een gigantische drempel om te vertellen wat ik gedaan had, van ons leven, de ruzies, maar ook van de abortus toen Vonny en ik elkaar net hadden leren kennen, want: zal God me dat blijvend aanrekenen? Gelukkig mocht ik horen van de priester die mij goed kent, dat God in mij gelooft, ondanks de onvolkomenheden. Toen realiseerde ik me ook dat als Hij in mij gelooft, Hij ook iets van mij verwacht. De bevrijding die ik heb ervaren door de biecht, mag ik niet alleen voor mijzelf houden, maar is ook voor anderen bestemd. God stuurt nu mensen op ons pad - misschien vroeger ook wel, maar nu hebben we oog voor anderen.”

Vonny: “Die mensen komen niet toevallig op ons pad. Het geluk dat wij hebben gekregen, vraagt om respons, om actie. Hij gelooft in ons en daarom wil Hij onze inzet.”
Edwin: “Laatst waren er twee ruziënde mannen. Er stonden allemaal mensen bij te kijken, maar Vonny ging er tussen staan en zei dat ze moesten stoppen. Toen pas kwamen ook de omstanders erbij om de mannen uit elkaar te halen.”

Jullie hebben veel verteld, maar willen jullie nog iets ter afsluiting zeggen?

Vonny: “God heeft ons hoop en moed gegeven. We zijn niet meer bang voor de toekomst. Hoe het financieel gaat is niet meer nummer één. We hebben een ander doel in ons leven gekregen en daar zijn we Hem heel dankbaar voor.”
Edwin: “We zeggen wel eens tegen elkaar: pas na 20 jaar getrouwd te zijn, is ons huwelijk begonnen…. toen het gekoppeld is aan de Heer.”


E. Kleinpenning
(bron: Bisdomblad)
27-11-2008