Nieuws

25 APR

Vernieuwde notitie gebruik kerkgebouwen

Het bisdom Den Bosch publiceert een vernieuwde notitie over het gebruik van kerkgebouwen. Nieuw daarin is onder meer dat entreeheffing voor religieuze concerten bij uitzondering en met toestemming van de bisschop mogelijk is. Het moet wel gaan over muziek met een evangeliserend karakter en entreeheffing mag alleen om de kosten te dekken. Gratis toegang blijft het uitgangspunt. Lees verder voor de integrale tekst van de notitie.

Inleiding en probleemstelling

Het is algemeen bekend dat een kerkgebouw een gewijde plaats is, bovenal bestemd om de heilige liturgie te vieren. Naar aanleiding van vragen of een kerk ook anders gebruikt zou kunnen worden, is daarover enige jaren geleden een rondzendbrief uitgegaan. In de praktijk is gaandeweg duidelijk geworden dat een nieuwe versie wenselijk zou zijn. Deze notitie vervangt de inhoud van voornoemde brief.

Een rooms-katholiek ingezegend of geconsacreerd kerkgebouw is bestemd voor de liturgie van het Woord en van de Eucharistie en voor de toediening van de sacramenten. Een kerk is ook de plaats voor het bidden van de getijden, het privé-gebed en allerlei devotionele praktijken. Dit sluit echter niet uit dat een kerkgebouw, bij uitzondering, ook gebruik wordt voor andere doeleinden, die geen afbreuk doen aan de bestemming en heiligheid van de plaats. Met name wordt hier gedacht aan concerten van gewijde en religieuze muziek of conferenties over religieuze thema’s.

Vragen voor dergelijk niet-liturgisch gebruik komen in toenemende mate voort uit een streven naar meer evangeliserende activiteiten. Vaak echter liggen aan dergelijke vragen praktische overwegingen ten grondslag. Zo komt het regelmatig voor dat er een verzoek ligt om een concert te mogen geven in een kerkgebouw, omdat dit het enige grotere gebouw is in de buurt. Ook komt het voor dat gevraagd wordt om in het kerkgebouw een afscheidsdienst te mogen houden voor een overledene die geen christelijke uitvaartdienstliturgie wenst. De kerk lijkt daarvoor dan het enige geschikte gebouw in de omgeving. Het mooie en sfeervolle karakter van veel kerkgebouwen vormt in dit verband veelal ook een belangrijke factor.

Het is belangrijk gebleken om nog eens bij de mogelijkheden en onmogelijkheden in deze stil te staan. Daarbij is het goed om te weten dat de Congregatie voor de Eredienst al in 1987 een behartenswaardige rondzendbrief over dit onderwerp heeft uitgegeven, waaruit het vervolg van deze notitie ook geciteerd zal worden.

Het kerkgebouw: een heilige plaats

Om de onderhavige vragen juist te kunnen beantwoorden, is het nodig om de eigen aard van een rooms-katholieke kerk voor ogen te houden. Een kerkgebouw is (evenals een kapel) niet zomaar een gewone 'openbare' plaats, die beschikbaar moet zijn voor samenkomsten van diverse aard. Een kerk is in de ogen van een katholieke gelovige een heilige plaats, blijvend afgezonderd voor de eredienst aan God.

Onze in het oog springende kerken zijn tekens van de pelgrimerende kerk op aarde, voorafbeeldingen van het hemelse Jeruzalem, plaatsen waar nu reeds het mysterie van de gemeenschap tussen God en mensen wordt geactualiseerd. Temidden van de woningen in steden en dorpen is de kerk ook het huis van God, dat wil zeggen het teken van zijn woonplaats onder de mensen. De kerk blijft een heilige plaats, ook wanneer er geen H. Eucharistie of andere liturgische viering plaatsvindt en in zekere zin zou men kunnen zeggen dat een kerkgebouw 'steengeworden liturgie' is.

Het is cruciaal dat kerkgebouwen hun eigen identiteit bewaren. Wanneer kerkgebouwen gebruikt worden voor andere doelstellingen dan waarvoor ze bestemd zijn, worden hun kenmerkende eigenschappen in gevaar gebracht, met als gevolg min of meer ernstige schade aan de opvoeding in het geloof en aan de gevoeligheid van het volk van God dat het woord van de Heer indachtig moet zijn: “Mijn huis is een huis van gebed”(Lucas 19,46).
Ander gebruik: toestemming nodig

De regelingen voor het gebruik van een kerkgebouw zijn vastgelegd in canon 1210 van het Kerkelijk Wetboek: In een gewijde plaats mag alleen toegelaten worden wat dienstig is voor de uitoefening of de bevordering van de eredienst, de vroomheid en de godsdienst,en is verboden wat niet in overeenstemming is met de heiligheid van de plaats. Wel kan de Ordinarius in afzonderlijke gevallen een ander gebruik toestaan dat niet strijdig is met de heiligheid van de plaats”. Kort en goed komt dit er op neer dat voor ieder gebruik van een kerk anders dan voor de liturgie, steeds toestemming nodig is van de bisschop.

Geen multifunctioneel gebruik

Uit het voorgaande wordt duidelijk dat men niet in de val moet lopen om een kerkgebouw al te 'functioneel' te bezien. Gebruik van een kerkgebouw anders dan voor de liturgie dient uitdrukkelijk uiting te zijn van het christelijk geloof en/of een duidelijk aantoonbare betekenis te hebben voor de directe opbouw van de geloofsgemeenschap. Wie zich de bijzondere betekenis van een kerkgebouw afdoende realiseert, kan niet anders dan andere bijeenkomsten weren. Van een multifunctioneel gebruik van kerkgebouwen kan daarom geen sprake zijn en van het verhuren ervan om de een of andere reden ook niet.

Mogelijkheden en onmogelijkheden

Dit heeft vergaande consequenties. Hoe hard dit soms misschien ook kan overkomen, een afscheidsdienst, zoals hiervoor bedoeld, die geen christelijke eredienst is, kan in een rooms‑katholiek kerkgebouw geen plaats hebben. Voor de volledigheid zij opgemerkt dat voor het ter beschikking stellen van een rooms-katholieke kerk aan een ander christelijk geloofsgemeenschap afzonderlijke regelingen bestaan (zie het desbetreffende protocol, waarin onder meer vermeld staat dat in elk geval toestemming van de bisschop noodzakelijk is).

Bij een initiatief tot een concert is de vraag belangrijk, of dat de mensen nader tot God kan brengen. Dat betekent dat muziekuitvoeringen in een kerkgebouw buiten de liturgie mogelijk zijn als het gaat om gewijde en religieuze muziek van christelijke oorspong en aard. Bij gewijde muziek gaat het om muziek gecomponeerd voor de rooms-katholieke eredienst (en die tijdens de liturgie mag worden uitgevoerd als de actieve betrokkenheid van de gelovigen bij de liturgie niet mag worden belemmerd).

Bij religieuze muziek gaat het om muziek geïnspireerd door de H. Schrift of de heilsmysteries.Het hoeft niet persé bezwaarlijk te zijn als er daarnaast enige (instrumentale) muziek ten gehore wordt gebracht die niet direct door de H. Schrift of de heilsmysteries is geïnspireerd, mits het karakter van het concert daardoor niet verandert én deze niet-specifiek religieuze muziek (dus) slechts een beperkt deel van de gehele uitvoering uitmaakt. Muziek met een andere levensbeschouwelijke achtergrond is echter uitgesloten. Binnen deze kaders komt het de pastoor (of – indien van toepassing – administrator) toe om te bepalen of in de specifieke situatie een bepaald programma acceptabel is.

Terwijl muziekuitvoeringen die een evangeliserend karakter hebben, kunnen worden aangemoedigd, mag het kerkgebouw niet verworden tot een bijzondere concertzaal. Als algemene regel geldt daarom dat de toegang gratis moet zijn. Wel kan er tijdens de muziekuitvoering om een vrijwillige bijdrage gevraagd worden, bijvoorbeeld in de vorm van een deurcollecte aan het einde.

Het zou echter jammer zijn dat een muziekuitvoering met een evangeliserend karakter geen doorgang zou kunnen vinden, vanwege te grote financiële onzekerheden. In een dergelijk geval kan het heffen van entree toch overwogen te worden, voor zover noodzakelijk ter dekking van de kosten. Hiervoor dient dan wel voorafgaande toestemming te worden gevraagd bij de bisschop. Bij de beoordeling van de aanvraag zal onder meer bezien worden of de hoogte van het entreegeld zich inderdaad verhoudt met de kosten die noodzakelijkerwijze voor de muziekuitvoering gemaakt moeten worden. Gesteld moet worden dat het niet past bij het karakter van een muziekuitvoering in een kerkgebouw om te differentiëren in toegangstarieven, laat staan dat er arrangementen zouden worden aangeboden die méér inhouden dan louter het bijwonen van de muziekuitvoering (zoals bijvoorbeeld combinaties met de een of ander vorm van catering). Het heffen van entree zal niettemin een uitzondering moeten blijven, aangezien het ook in het geval van muziekuitvoeringen nu eenmaal uitdrukkelijk de voorkeur heeft om voor het binnengaan van een kerkgebouw géén toegangsgeld te heffen.

In deze zijn positie van altaar (als symbool van Christus) en altaarruimte, evenals de positie van het tabernakel (plaats van Christus' blijvende presentatie) ook belangrijke aandachtspunten. Het altaar in de kerk (vast of niet) mag niet verwijderd én niet gebruikt worden voor niet-liturgische doeleinden. Het gebruik van de ambo zal respectvol zijn. In voorkomende gevallen kan het van wijsheid getuigen om het H. Sacrament gedurende de uitvoering elders op een passende plaats te bewaren.

Het komt aan de bisschop toe om toestemming tot een concert te geven. Ten aanzien van concerten die echter voldoen aan de hiervoor gestelde vereisten, mag deze toestemming verondersteld worden, mits de geldig benoemde priester (pastoor of administrator) geen bezwaren heeft.

Het moge op grond van het voorgaande duidelijk zijn dat de mogelijkheden tot het houden van een congres of van een receptie in een kerkgebouw zeer beperkt respectievelijk te verwaarlozen zijn. Eigenlijk valt alleen te denken aan de eerder genoemde conferenties over christelijk-religieuze thema’s.

Een kerk is ook geen museum. Het valt zeker toe te juichen als een kerkgebouw ook buiten de liturgie opengesteld is, onder meer voor bezichtiging. Het bezichtigen van kerken kan immers een hulp zijn tot kennismaking met de rooms-katholieke Kerk, haar geloof en eredienst en voor gelovige is de kerk dan toegankelijk om te bidden en om het H. Sacrament te bezoeken en te vieren. Het heeft derhalve uitdrukkelijk de voorkeur dat er voor het bezoek aan een kerk geen toegangsgeld wordt geheven.

In algemene zin geldt nog: het niet-liturgisch gebruik van de kerk mag geen scandalum geven en het moet de sacraliteit van het kerkgebouw respecteren. Ook mag er geen verkoop zijn van goederen, zelfs niet als bijdrage aan het goede doel. Aan de andere kant zal het geschikte niet-liturgische gebruik van een kerkgebouw positief betekenis hebben voor de opbouw van de geloofsgemeenschap. Dat aspect kan versterkt worden door bijvoorbeeld in het kader van een muziekuitvoering als parochie een passende toespraak of inleidingen te verzorgen, die bij de aanwezigen de aandacht versterkt voor de geloofsdimensie van het een en ander.

Tenslotte

De inhoud van deze notitie is op de eerste plaats bedoeld als hulpmiddel om wijs om te gaan met verzoeken om kerkgebouwen anders te gebruiken dan voor liturgische doeleinden. In dit verband zij opgemerkt dat met al langer bestaande situaties vanzelfsprekend prudent kan worden omgegaan. Richtlijnen als deze mogen er echter toe bijdragen dat een kerkgebouw in algemene zin ook als kerk erkend en gekend zal blijven worden. Een concreet verzoek om andersoortig gebruik zal worden gericht aan de desbetreffende pastoor (of administrator). In zoverre de toestemming van de bisschop niet kan worden verondersteld (zie hiervoor) zal hij een dergelijk verzoek echter pas kunnen honoreren nadat de bisschop daartoe toestemming heeft verleend. In een vroeg stadium contact opnemen met het bisdom, zeker als een concreet verzoek tot vragen aanleiding geeft, is dan ook raadzaam.

Bisdom van ’s-Hertogenbosch, 25 april 2007
 
25-04-2007