Nieuws

08 APR

Mgr. Jan Bluyssen 80 jaar

Bisschop Bluyssen. Sinds 10 april is hij 80 jaar. Een broze, voorzichtig bewegende man die vriendelijkheid als liefde uitstraalt en wijsheid als bedachtzaamheid. Met deze bisschop praat je niet over het verleden. Dat is nostalgie. Hij denkt over het leven heden, geloven, de Kerk en de mensen.

Dat is mijn droom:
een Kerk die naar de mensen komt
en mensen naar de Kerk"


Hoe pessimistisch mag je zijn, hoe optimistisch kun je zijn. Praten over de Kerk van nu is bewegen op een wankele wip. De parochies worden groter en groter, kerken verdwijnen een voor een, sommige bisdommen kunnen het hoofd nauwelijks boven water houden, nieuwe priesters melden zich mondjesmaat, de meeste kloosters zijn leeg of bejaardenoorden, het geloof in God verdwijnt in de mist... We zitten erbij en we kijken ernaar.

Bisschop Bluyssen glimlacht troostend. “De Kerk zal nooit van de aardbodem verdwijnen. Dit is een tijdelijke fase. We hebben ze meer gehad, maar we moeten nu wel zo gauw mogelijk weer omhoog komen."
bluyssen.jpg

Maar de wereld was toen anders. Toen werd “geloofd” op gezag van de Kerk, nu worden we geacht te “weten”.
“Het is onzin om die tegen elkaar uit te spelen, de ontwikkelingen op wetenschappelijk en technisch gebied en het geloof. Die moeten niet concurreren, maar elkaar aanvullen. Ze moeten op elkaar gericht zijn: de Kerk moet zich ervan bewust zijn dat zij in een samenleving staat en de samenleving moet kunnen waarnemen dat er meer is dan alleen de zichtbare wereld. Maatschappij en Kerk moeten elkaar kunnen en willen bevruchten. Het is daarom jammer dat er zo’n afstand gegroeid is tussen de Kerk en heel veel mensen”.

Die afstand lijkt bij elke nieuwe generatie te groeien.
“Dat weet ik niet. Ik heb in mijn 80-jarig leven nooit een boeiender tijd meegemaakt dan nu, met zoveel kansen voor het geloof. Er leeft overal een verlangen om meer te weten en verder achter de horizon te kijken en te proberen iets van God te verstaan. Twintig jaar geleden was God taboe. Hij mocht niet genoemd worden, maar dat is helemaal weg”.

Wat betekent dat voor de Kerk?
“De Kerk is voorwaarde. In de Kerk moeten we erover spreken. Maar we zitten met het probleem dat de mensen de weg naar de Kerk niet meer vinden en niet meer weten waar het over gaat. Als ik ooit in een parochiekerk kom, zie ik dat het een levenloze boel geworden is. De mensen zitten maar, doen niet mee, bidden niet mee, zingen niet mee. Knielen niet, gaan niet staan. Je ziet ook geen kinderen meer in het kerkgebouw.”

Nederlandse jongeren blijken het meest ontkerkelijkt zijn van alle Europese jongeren, maar bidden desondanks massaal, zij het volgens hun eigen opvattingen en op hun eigen manier.
“Bidden is contact zoeken met God, met het hoogste, met datgene of diegene die ons draagt”.

Kan, ergo, meer nadruk op de spiritualiteit van geloof en leven de Kerk een opening bieden? Ik denk ook aan het contrast van wat jongeren in bijeenkomsten van bewegingen beleven en vervolgens in hun eigen parochiekerk.
“Het is altijd een heel probleem geweest om wat je geestelijk draagt, op een uitdagende, uitnodigende manier aan mensen te presenteren. In mijn jeugd, zeg maar 80 jaar geleden, lag het kader vast en werd als heilig beschouwd. Daar kon niet mee gemanoeuvreerd worden. Nu ligt dat allemaal wat soepeler.
Ik denk dat degenen die de pastorale leiding hebben in parochies, zich goed bewust moeten zijn wat er leeft bij de mensen die in de kerk komen, wat de eigenlijke inhoud is van hun hoop en hun verlangen. Ze komen er omdat ze verlangen er verrijkt van terug te keren. Dat is vandaag een bewuste keuze. Ik ga, ik doe dit omdat ik zeker weet dat ik daarmee iets win aan inhoud, aan kracht. En dat moet dan ook blijken uit de wijze waarop het gepresenteerd wordt. Voor de voorgangers is het dus belangrijk dat zij goed invoelen wat er bij hun mensen gaande is.”

Dat geldt voor de hele parochiegemeenschap.
“We moeten er allemaal op attent zijn dat het zoeken naar God, het willen bezig zijn met het hogere, met de Schepper van deze wereld, dat dat inspanning vraagt en dat we elkaar daarin moeten ondersteunen. Dat is Kerk zijn. We moeten de handen in elkaar slaan en zeggen: wij zullen samen bij Onze-Lieve-Heer komen. God is veel nabijer dan wij ons kunnen voorstellen, maar Hij is verborgen. Hij moet dus gezocht worden en dat moeten we samen doen”.

Dat zegt u nu tegen gelovigen, tegen mensen die dit lezen. Maar we moeten ervoor zorgen dat de kopers naar de winkel komen.
“De Kerk moet erop uit zijn om mensen zo te boeien, dat ze zich afvragen: wat speelt daar eigenlijk? Is dat ook goed voor mij? Als de mensen van de Kerk niks doen, dan gebeurt er ook niks”.

-Betekent dat dan niet ook dat de Kerk zich flexibeler moet bewegen, zonder de ballast uit het verleden?
“Dat is niet het wezenlijke. De aandacht voor het spirituele, die ontbreekt te veel en de jeugd krijgt het niet meer mee, niet van thuis, niet van de scholen, niet van de straat… alleen zo maar hier en daar. En van de Kerk ook niet, want die kennen ze niet. De vraag is: Hoe laat je mensen die zoekende zijn, of weinig aandacht hebben voor die kant van het bestaan, hoe laat je die iets merken van wat ons als gelovigen bezielt?”

Televisiespotjes halen niet uit, maar mond-tot-mondreclame misschien wel.
“Het pastoraal gesprek: priesters, diakens, pastorale werkers moeten die mogelijkheid onderkennen en trachten langs die weg nieuwe wegen open te leggen”.

Dat was vroeger normaal, nu niet meer. Geen tijd voor, zeggen ze. Kan dat de reden zijn waarom door veel mensen zo onverschillig wordt omgegaan met de Kerk?
“Het is een heel ingewikkeld maatschappelijk proces. De gevoelens voor geloof en kerkgang zijn radicaal anders dan destijds. Dat hangt samen met het algemene gevoelen in de samenleving. Je moet je nu aangesproken voelen tot in je buik. Dat is een hoge eis waaraan niet altijd voldaan kan worden”.

-Dat zou kunnen betekenen dat er een Kerk moet worden geboden waaraan mensen minder verplicht zijn, maar waar ze wel meer voor voelen.
“Gevoel is ook heel belangrijk. Als iemand het gevoel heeft, die Kerk heeft iets te bieden wat voor mij belangrijk kan zijn, dan komt hij wel. Er moet weer openheid komen van de mensen naar de Kerk toe en van de Kerk naar de mensen. Als dat zou gebeuren… Nou ja, dat is mijn droom”.

Kees van Hasselt
08-04-2006