Nieuws

11 JUL

8.3 De overeenkomst van opdracht

Een overeenkomst van opdracht, vroeger de overeenkomst tot het verrichten van enkele diensten genaamd, kan van toepassing zijn op de kerkmusicus. Dit is niet altijd het geval, het verdient derhalve zorgvuldige overweging, alvorens men tot het aangaan van deze overeenkomst besluit. Het voordeel van deze vorm kan zijn dat geen sprake is van een loondienstverhouding, hetgeen administratief aanmerkelijk gemakkelijker is. Het streven van de belastingdienst en met name de bedrijfsvereniging blijft er wel op gericht zoveel mogelijk mensen nu juist wél in een loondienstverhouding te plaatsen. Dit betekent in de praktijk dat over deze vorm veel discussie kan ontstaan.

In 2003 heeft de sector Bestuursrecht van de rechtbank Groningen de uitspraak uit 1998 bevestigd van de Centrale Raad van Beroep dat het van het soort activiteiten dat parochies organiseren weiging aannemelijk kan worden geacht dat gezag wordt uitgeoefend en dat daarom de nadruk ligt op de bewijslast voor het uitvoeringsorgaan. Dat wil zeggen dat deze laatste op basis van feiten voldoende aannemelijk moet maken dat sprake is van een gezagsverhouding (en dus een arbeidsovereenkomst). De rechtbank overwoog i.c. dat geen sprake was van een gezagsverhouding, omdat de werktijden van de kerkmusicus niet door het parochiebestuur bepaald worden, maar door de tijstippen waarop de diensten gehouden worden en dat bovendien uit het feit dat de pastor -die in dienst is van de parochie- aanwijzingen kan geven over de inhoud van de uitvoering, niet automatisch een gezagsverhouding tussen het parochiebestuur en de kerkmusicus volgt.

Bij het sluiten van een overeenkomst van opdracht komen partijen overeen dat de kerkmusicus diensten verricht, en daarvoor - op declaratiebasis - betaald wordt. Een dergelijke overeenkomst doet zich veelal voor bij die dirigenten/organisten die reeds uit andere bron (arbeid of uitkering) in hun levensonderhoud voorzien. Een belangrijk element in de overeenkomst van opdracht is, dat de gezagsrelatie tussen de parochie en de kerkmusicus ontbreekt, d.w.z. dat deze laatste feitelijk een grote mate van vrijheid heeft in de uitoefening van zijn taak, er geen sancties bestaan op het al dan niet verschijnen van de betrokkene en dat deze zich ook zonder meer kan laten vervangen.

Het inkomen dat de kerkmusicus op basis van de overeenkomst van opdracht ontvangt, dient hij zelf aan de belastingdienst op te geven, hierover wordt IB betaald. Het bestuur doet aan het einde van het jaar opgave aan de belastingdienst middels het formulier IB-47/49.

11-07-2005