Nieuws

09 JUL

7.5 Voortzetting samenwoning na beëindiging dienstverband

Als een priester naar een andere parochie gaat, kan het voorkomen dat ook de huishoudelijk medewerker meeverhuist en in de nieuwe situatie wederom in de persoonlijke verzorging van die priester gaat voorzien. In deze gevallen ontstaat in wezen dezelfde situatie als hiervoor omschreven tussen de huishoudelijk medewerker en de parochie, zij het dat sprake is van een nieuwe werkgever.

Anders is het echter als de priester met emeritaat gaat, een eigen (gehuurde of gekochte) woning betrekt en de huishoudelijk medewerker ook in deze woning gaat wonen. De huishoudelijk medewerker is dan niet meer in dienst van de parochie. Voor de fiscus en de uitkeringsinstanties (AOW) kan op deze wijze een situatie ontstaan die gelijk staat aan samenwoning. Het gaat er deze instanties niet om deze samenwoning op andere gronden te beoordelen dan op het voordeel dat men feitelijk heeft vanwege het delen van een huishouding, hetgeen in het algemeen als kostenbesparend wordt aangemerkt. Als personen een gezamenlijke huishouding hebben, hetgeen op grond van diverse feiten en gedragingen aangenomen wordt, concluderen genoemde instanties al vrij spoedig dat sprake is van samenwoning. Dit heeft o.m. tot gevolg dat men geen alleenstaanden-AOW meer krijgt (70% ieder), maar 50% ieder.

09-07-2005