Nieuws

09 JUL

5.9 Diakens met een elders gehonoreerde functie

Overeenkomstig canon 281 § 3 lid 2 ontvangen deze diakens geen honorarium. Wel zijn de volgende regelingen van toepassing.

Onkostenvergoeding

Voor werkzaamheden overeenkomstig de door de bisschop verleende opdracht, ten behoeve van de kerkgemeenschap verricht, wordt bij de aanstelling schriftelijk vastgelegd dat de werkelijk gemaakte onkosten vergoed worden. Hieronder vallen ook kosten voor representatie, computerkosten en telefoonkosten.
Voorts is algemene regel dat reiskosten worden vergoed op basis van de werkelijke kosten van openbaar vervoer dan wel € 0,18 per met de eigen auto gereden kilometer. Dit geldt o.a. voor ritten naar crematoria, vergaderingen en dergelijke.

Verzekeringen

De diakens zijn verzekerd conform de collectieve WA-verzekering en de Collectieve Ongevallenverzekering, zie § 13.6.

Overlijden

Als algemene regel geldt dat de parochie en/of instelling de kosten van de liturgische uitvaart voor een diaken, die in de parochie werkzaam was op het moment van overlijden, voor haar rekening neemt, tenzij bij testamentaire voorziening of anderszins door de overledene anders is bepaald. Indien de emeritusdiaken dit kenbaar heeft gemaakt of zijn nabestaanden dit wensen, worden de liturgische uitvaartdienst en de begraving door het bestuur van de kerkelijke instelling, waarbij de diaken voor het laatst voor zijn emeritaat werkzaam was, aldaar verzorgd. Als niet op andere wijze is voorzien en voor zover de hierna genoemde kosten niet op de nalatenschap verhaalbaar zijn, neemt het bestuur de kosten van begraven, grafrechten voor ten hoogste dertig jaar, een grafmonument en bijkomende kosten tot in totaal van maximaal € 5.000,00 voor zijn rekening. Crematie wordt in dit verband gelijkgesteld met begraven. Alles dient te geschieden in goed overleg tussen de nabestaanden en het bestuur.

Inkomsten uit het ambt

Alle inkomsten die uit hoofde van het ambt worden ontvangen (Jura Stolae, stipendia, rouw- en trouwgelden, doopgelden, giften e.d.) worden afgedragen aan de parochie/kerkelijke instelling.

N.B.
1 Liturgische kleding is ofwel persoonlijk bezit, dan zijn de kosten voor eigen rekening, dan wel bezit van de kerkelijke instelling. In het laatste geval zijn de kosten van vervanging, reparatie en aanschaf voor rekening van de kerkelijke instelling. Het gaat hierbij om liturgische kleding passend bij het ambt.
2 De kerkelijke instelling wordt geacht geabonneerd te zijn op de meest voorkomende/noodzakelijke bladen.

09-07-2005