Nieuws

09 JUL

5.4 Overlijden

Als algemene regel geldt dat het bestuur van de kerkelijke instelling, waarbij de diaken op het moment van overlijden werkzaam was, in goed overleg de kosten van de liturgische uitvaartdienst voor zijn rekening neemt, tenzij bij testamentaire voorziening of anderszins door de overledene anders is bepaald. Als daarin niet op andere wijze is voorzien, neemt het bestuur de kosten van begraven, grafrechten voor ten hoogste 30 jaar in een grafmonument en bijkomende kosten tot in totaal een bedrag van maximaal € 5.000,00 voor zijn rekening. Crematie wordt in de regeling van kosten gelijk gesteld met begraven. Indien de emeritusdiaken dit kenbaar heeft gemaakt of zijn nabestaanden dit wensen, worden de liturgische uitvaartdienst en de begrafenis door het bestuur van de kerkelijke instelling waarbij de diaken het laatst voor zijn emeritaat werkzaam was, aldaar verzorgd en door dit bestuur betaald volgens bovengenoemde regeling. Bij overlijden van een gehonoreerde gehuwde diaken kent het bestuur een fiscaal onbelaste uitkering toe ter grootte van 3/12 van de jaartoelage, uit te betalen aan:
  • de echtgenote, van wie de gehuwde diaken niet duurzaam gescheiden leefde;
  • bij ontstentenis van een echtgenote als voren bedoeld de minderjarige kinderen;
  • bij ontstentenis van vorenbedoelde categorieën degenen, voor wie de overledene grotendeels voorzag in de kosten van bestaan.
  • 09-07-2005