Nieuws

09 JUL

4.11 Testament en voorzieningen in verband met overlijden

In het kerkelijk recht wordt aanbevolen dat gewijde bedienaren een testament laten opstellen. Alle in Nederland gemaakte testamenten worden door het notariaat geregistreerd in een openbaar register, zodat bij overlijden op eenvoudige wijze is vast te stellen of de overledene een testament heeft nagelaten, indien er meer zijn welke heeft te gelden en bij welke notaris het testament ligt.

Omdat tussen het moment van overlijden en het antwoord op de vraag of er een testament is enige tijd kan liggen, is het aan te bevelen dat degene die een testament heeft laten maken een afschrift daarvan op een logisch toegankelijke plaats bewaard of laat bewaren. In het testament kunnen immers ook beschikkingen zijn getroffen in verband met de uitvaart.

Aanbevolen wordt om terzake de uitvaart voorzieningen te treffen, bijvoorbeeld in de vorm van een verzekering of het reserveren van een bedrag. Als algemene regel geldt dat de parochie de kosten van de liturgische uitvaart voor een priester of diaken die in de parochie of dergelijke werkzaam was op het moment van overlijden voor haar rekening neemt, tenzij bij testamentaire voorziening of anderszins door de overledene anders is bepaald. Indien de emerituspastor dit kenbaar heeft gemaakt of zijn nabestaanden dit wensen, worden in goed overleg de liturgische uitvaartdienst en de begraving door het bestuur van de kerkelijke instelling, waarbij de priester of diaken voor het laatst voor zijn emeritaat werkzaam was, aldaar verzorgd. Als niet op andere wijze is voorzien en voor zover de hierna genoemde kosten niet op de nalatenschap verhaalbaar zijn, neemt het bestuur de kosten van begraven, grafrechten voor ten hoogste dertig jaar, een grafmonument en bijkomende kosten tot in totaal van maximaal € 5.000,00 voor zijn rekening. Crematie wordt in dit verband gelijkgesteld met begraven.
09-07-2005