Nieuws

09 JUL

4.1 Toepasselijke regelingen

Priesters en ongehuwde diakens ontvangen een wijding van de bisschop en zijn daarmee kerkelijk ambtsdrager. Door de wijding vallen zij vanaf dat moment onder de zorgplicht van de bisschop, die hen werk zal geven, een inkomen en verzorging. Dit complex van regels berust op oud recht en gewoonte in de Kerk, men spreekt ook wel van incardinatie, waardoor gewijde bedienaren een onderdeel van de diocesane Kerk worden. Het kerkelijk recht verbindt hieraan diverse rechten en verplichtingen.

Een priester of diaken wordt door de bisschop in een (of meer) parochie(s) benoemd. Hij is op grond van het kerkelijk recht verantwoording verschuldigd aan de bisschop. De verhouding tussen de parochie en de priester of diaken is geen arbeidsverhouding zoals wij die normaliter in Nederland kennen. De ‘arbeid van overwegend geestelijke aard’ is namelijk uitgezonderd van allerlei regels, en onder meer is bepaald dat mensen die deze arbeid verrichten, in het algemeen geen loondienstverhouding kunnen aangaan (zie KB 24-12-1986, Stsbl. 655 art 8 lid 1, alsmede BBA art. 2 lid c). Sedert 1-1-2001 zijn zij conform het nieuwe belastingstelsel ‘ pseudo-werknemer ’. Het wezenlijke verschil met een werknemer is dat de pseudo-werkgever (i.c. de parochie) géén gezagsverhouding heeft ten opzichte van de pseudo-werknemer. Voor hen zijn wel de (algemene) volksverzekeringen van toepassing (AOW, AWBZ) doch niet de zogenaamde werknemersverzekeringen (WAO, WIA, WW, WE). Bij langdurige ziekte valt men terug op het bisdom of het religieus instituut .Voor de zogenoemde transeunte diakens –diakens die bezig zijn om zich ondermeer via een stage in een parochie voor te bereiden op een priesterwijding- gelden aparte regelingen.
09-07-2005