Nieuws

09 JUL

3.2 Arbeidsrecht

Het Nederlands arbeidsrecht regelt de verhouding tussen werknemer en werkgever, óók in parochies. Op priesters en diakens is het echter niet van toepassing, aangezien de gewijde bedienaren géén werknemers zijn.

Het is goed dat men zich realiseert dat in Nederland al spoedig een arbeidsovereenkomst wordt aangenomen, ook en zelfs in die gevallen dat partijen dat niet wensen; deze aanname wordt bovendien zelden of nooit in het nadeel van de werknemer uitgelegd. Hiermee wil gezegd zijn dat het de werkgever is, in casu de parochie, die zorg draagt voor eventuele heffingen over het verleden, en soms ook voor boetes.

Een ander aspect van het arbeidsrecht is de bescherming die de medewerker geniet op grond van allerlei regelgeving. De wet geeft aan kerkgenootschappen en hun zelfstandige onderdelen de ruimte om voor hun interne regeling eigen regels te hanteren. Deze ruimte biedt niet de mogelijkheid om het arbeidsrecht te ontduiken, maar wel om naast de gewone arbeidsrechtelijke regels nadere voorwaarden te stellen ter uitvoering van dit kerkelijke werk. De nadere voorwaarden zijn opgenomen in de geldende rechtspositieregelingen. Een rechtspositiereglement heeft echter alleen gelding als deze van toepassing is verklaard in de individuele arbeidsovereenkomst. Als geen rechtspositiereglement in de individuele arbeidsovereenkomst van toepassing is verklaard, geldt het Nederlands recht. Dit geldt bijvoorbeeld voor de mogelijkheid tot het voorleggen van geschillen aan het Bisschoppelijk Scheidsgerecht; een procedure bij deze interne beroepsinstantie duurt korter en is minder formeel dan een gang naar de burgerlijke rechter. Deze procedure doet overigens niets af aan het recht van de werknemer en de werkgever om het geschil voor te leggen aan de burgerlijke rechter, maar deze zal de behandeling aanhouden tot het Bisschoppelijk Scheidsgerecht een uitspraak heeft gedaan en deze uitspraak in zijn afwegingen betrekken.
09-07-2005