Nieuws

03 MEI

Eucharistie en evangelisatie

Paus Johannes Paulus heeft in 2004 een wereldwijd Jaar van de Eucharistie afgekondigd en dat jaar loop ook door na zijn dood. Bisschop Hurkmans laat zijn gedachten gaan over de betekenis van dit Jaar in het kader van Evangelisatie en spreekt wensen en verwachtingen uit.

"Christen ben je nooit, je moet het van dag tot dag worden."

Wij hebben in ons bisdom een vijf jarenplan rond Evangelisatie. Dat moeten we gewoon voortzetten met komend jaar bijzondere aandacht voor de Wereldjongerendagen in Keulen. Het mooie is dat het Jaar van de Eucharistie daar niet mee in tegenspraak is maar onze activiteiten juist ondersteunt. Evangelisatie heeft te maken met identiteit én openheid naar de wereld. Eucharistie heeft ook alles te maken met onze identiteit. Verder is het thema van de Wereldjongerendagen 'Wij zijn gekomen om Hem te aanbidden'. De Heer kunnen we nergens intenser aanbidden dan in de Eucharistie waar Hij werkelijk tegenwoordig is.
De paus daagt uit tot extra activiteiten. Dat betekent dat wij erover denken de studiedag voor dekens, pastoraal werkers, priesters en diakens dit jaar te combineren, om gezamenlijk stil te staan bij de Eucharistie. Op deze dag zullen we zeker ook met elkaar biddend aanwezig zijn bij de Eucharistie. En verder, denk ik, zullen we het werk dat we toch al doen, moeten plaatsen in het perspectief van de Eucharistie. Een mooi voorbeeld is de brochure over de eerste Communie. Waarom dit jaar niet extra nadenken over waarom je kinderen laten deelnemen aan de Eucharistie? Laten we kinderen alleen opgroeien in een economische wereld of ook in de wereld van de Kerk waar het gaat om vertrouwen, delen, weten dat je door God bemind bent?

Het jaar van de Eucharistie komt veertig jaar na het tweede Vaticaans concilie waar de grootste liturgische vernieuwing aller tijden werd aangekondigd. In de jaren daarop volgend werden vele hervormingen doorgevoerd. Is dit jaar van de Eucharistie te beschouwen als een afronding van dat proces?

Een belangrijk doel van de hervorming was om de actieve deelname van de gelovigen aan de Eucharistie te bevorderen. Ik heb het idee dat door de veranderingen in de samenleving, die hun weerslag hadden op de Kerk, er een situatie ontstaan is waar de mensen het geloof minder kennen. Er zijn nieuwe vormen van geloofsoverdracht nodig. Al hebben we nog niet uitgevonden welke. Maar intussen is er wel een achterstand ontstaan waardoor het voor mensen moeilijk is om actief deel te nemen. De concrete hervormingsvoorstellen van veertig jaar geleden zijn intussen doorgevoerd, maar het volk kan daarmee nog niet ten volle de Eucharistie meevieren. Dat blijft een uitdaging. Technisch hebben we het goed voorbereid. Het bevorderen van de actieve deelname aan het ritueel is geslaagd, maar nu nog aan de inhoud van de Eucharistie. Bij de oudere groep gelovigen, de mensen die het tweede Vaticaans concilie bewust hebben meegemaakt, is het zeer wel geslaagd, maar de overdracht naar een volgende generatie is moeilijk.

Ik realiseer me dat het tweede Vaticaans concilie grote vragen bij de bisdommen en parochies heeft neergelegd, een ontzettend grote opdracht om de liturgie aan te passen volgens de wensen van de Kerk. Het concilie is zich, denk ik, niet bewust geweest hoe groot de implicaties van de verandering van het ritueel voor de godsdienst zijn geweest. Er is een proces op gang gezet om v

03-05-2005