Nieuws

14 APR

Bisschoppen na het herstel van de hiërarchie

 

 



HENRICUS DEN DUBBELDEN (1769-1851)
DE BISSCHOP DIE NOG NET GEEN BISDOM HAD

 

 

In 1831 werd deze pastoor van Gemert en deken van Helmond door paus Gregorius XVI benoemd tot apostolisch vicaris en dat bleef hij meer dan 20 jaren. Den Dubbelden vestigde zich op de Ruwenberg in Sint- Michielsgestel en bestuurde zijn territorium met krachtige hand. Hij bouwde bijvoorbeeld in 1839 het groot-seminarie in Haaren.
Na de afscheiding van België kwam koning Willem II de katholieken van Zuid-Nederland tegemoet: nog geen herstel van de hiërarchie, maar wel bisschopswijdingen voor de vicarissen. In 1842 werd Den Dubbelden bisschop gewijd. Maar het herstel van de hiërarchie kwam pas op 4 maart 1853 en toen was Den Dubbelden net overleden.

 

 

 

 

 

JOANNES ZWIJSEN (1794-1877)
BOUWER AAN DE KERK IN NEDERLAND

 

 

Geen bisschop heeft zo'n invloed gehad op het kerkelijk leven in Nederland als Zwijsen. Het was de krachtfiguur waar de kerk in de 19e eeuw dringend behoefte had.
Als coadjutor van vicaris Den Dubbelden, werd Joannes Zwijsen in 1842 titulair-bisschop van Gerra. Hij had een goede relatie met de toenmalige koninklijke familie en dat kan een rol hebben gespeeld in zijn carriëre. Meteen na het herstel van de hiërarchie in 1853 werd hij niet alleen formeel bestuurder van het bisdom van 's-Hertogenbosch, maar ook Aartsbisschop van Utrecht. In die hoedanigheid heeft hij o.m. een Provinciaal Concilie georganiseerd in de Sint Jan, canoniek parochies gesticht, weeshuizen, kloosterordes, kerk en armbesturen opgericht en het katholiek onderwijs opnieuw van de grond getild

 


ADRIANUS GODSCHALK (1819-1892)
BISSCHOP IN DE SCHADUW VAN ZWIJSEN

 

 

Bisschop Zwijsen heeft twee coadjutors gehad: Joannes Deppen (van 1853-1877) en Adrianus Godschalk (14-16 oktober 1877). En die werd zijn opvolger. Op 8 januari 1878 benoemde paus Pius IX hem in die functie.
Zijn episcopaat was een tamelijk rimpelloze periode, waarin hij rustig kon voortbouwen op de fundamenten die Zwijsen had gelegd. Hij was de man die pauselijke encyclieken liet vertalen en opnam in zijn herderlijke brieven. Alleen voor de beroemde sociale encycliek Rerum Novarum maakte hij in 1891 een uitzondering: die werd alleen in het Latijn uitgegeven. De gelovigen moesten deze brief maar via de clerus leren kennen. Hij gaf zijn priesters echter wel de opdracht daar dan ook voor te zorgen.

WILHELMUS VAN DE VEN (1834-1919)
BISSCHOP MET EEN SOCIAAL HART

 

 

Anders dan zijn voorganger Godschalk was Wilhelmus van de Ven gegrepen door het sociale onrecht dat hij alom in de industraliserende steden van zijn bisdom en op het verpauperende platteland zag.
Al in zijn eerste vastenbrief na zijn benoeming in 1892 wijdde hij aandacht aan de "sociale quaestie" en al meteen begon hij met het stimuleren van een katholieke sociale beweging. Hij stelde zich vierkant op achter zijn 'rode' kapelaan Lambert Poell toen die een conflict had met de Tilburgse textielfabrikanten en haalde politieke voormannen als Herman Schaepman en Alfons Ariëns met open armen naar Den Bosch voor spreekbeurten. En hij was actief bij de opvang van Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog.

ARNOLD FRANS DIEPEN (1860-1943)
BISSCHOP VAN HET RIJKE ROOMSCHE LEVEN

 

 

Arnoldus Franciscus Diepen, die op 7 maart 1915 bisschop werd gewijd en op 22 december 1919 bisschop van 's-Hertogenbosch werd, heeft in zijn lange episcopaat de volle rijkdom van het 'Roomsche' leven meegemaakt.
Niet minder dan 49 parochies en 13 rectoraten richtte hij op; maar liefst 153 kerken en kapellen kon hij inzegenen, ruim 1450 jongemannen priester wijden en het aantal katholieken in zijn bisdom verdubbelde zich bijna.
Ook voor het onversneden rooms-katholieke onderwijs was mgr. Diepen bijzonder actief. En natuurlijk voor het R.K. Jeugdwerk en allerlei andere vormen van het katholieke sociale leven. Onder mgr. Diepen werd zowel de Katholieke Universiteit van Nijmegen als de Katholieke Hogeschool te Tilburg gesticht.


WILHELMUS MUTSAERTS (1889-1964)
BISSCHOP VAN OORLOG EN HERSTEL

 

 

Hoewel mgr. Mutsaerts bepaald een vredelievend man was - getuige zijn verzoenende vermaningen na de bevrijding van Zuid-Nederland - was zijn episcopaat heel sterk door de oorlog getekend.
Dat begon al bij zijn bisschopswijding in de Sint Jan, op 29 juni 1942. Dat werd een regelrechte manifestatie van vaderlandsliefde en volgens zeggen werd bij die gelegenheid voor het eerst in de kerk geapplaudisseerd.
Mgr. Mutsaers verloor priesters door oorlogsgeweld en veel van zijn kerken werden in '44 verwoest. Dat moest na de oorlog worden hersteld en toen verscheen ook de ene nieuwe kerk na de andere.
In 1960 trad mgr. Mutsaerts af. Hij overleed in het huis Papenhulst 2, naast het huidige seminarie.


WILHELMUS M. BEKKERS (1908-1966)
EEN BISSCHOP DIE DE MENSEN KENDE

Over bisschop Bekkers is tijdens en na zijn kortstondige episcopaat (27 juni 1960 tot 9 mei 1966) zoveel geschreven en gezegd dat 'velen' veel van hem weten - misschien wel meer dan hij van zichzelf wist.
Hij nam de mensen voor zich in, omdat hij ze kende; hun noden, hun vragen, hun twijfels. In de jaren van het Tweede Vaticaans Concilie, die door hem volop zijn meebeleefd, wist hij met zijn televisiepraatjes niet alleen de katholieken te boeien en te inspireren. Hij wees de mensen op hun eigen geweten, maar gaf hen ook te verstaan dat dit dan wel een "goed gevormd" geweten moest zijn. Bisschop Bekkers, die het "een voorrecht" noemde "om priester te mogen zijn in deze nieuwe tijd", pleitte vooral voor samenwerking en collegialiteit - ook waar het ging om de oecumene. Eind 1999 is hij via een RKK/KRO-onderzoek uitgeroepen tot de katholiek van de eeuw. Hij kende dus niet alleen de mensen, de mensen kenden ook hem. In zijn geboorteplaats Sint Oedenrode staat een standbeeld van hem. Bisschop Bekkers is ook begraven in Sint Oedenrode. De overige bisschoppen zijn op de begraafplaats Orthen in ’s-Hertogenbosch bijgezet in de crypte.

DRS. JOHANNES W.M. BLUYSSEN (1926-HEDEN)
BISSCHOP IN EEN MOEILIJKE TIJD

Drs Johannes Wilhelmus Maria Bluyssen was nog pas 35 jaar toen paus Johannes XXIII hem in 1961 benoemde tot hulpbisschop van Den Bosch. In die functie maakte hij het Tweede Vaticaans Concilie mee. Bij zijn installatie tot Bisschop van 's-Hertogenbosch, op 19 november 1966, gaf hij zijn toehoorders te kennen dat hij "de H. Geest wil verstaan vanuit een levende verbondenheid met het Godsvolk". Die houding vergrootte zijn populariteit.

 

 

 

 

Op 13 december 1983 moest mgr. Bluyssen wegens ernstige ziekte zijn ambt neerleggen, maar hij koos er niet voor om geheel stil te gaan leven. Hij is tot op de dag van vandaag met veel vreugde aanwezig bij de priesterwijdingen in de kathedraal en ook dient hij het H. Vormsel toe in verscheidene parochies. Mgr. Bluyssen is de auteur van vele boeken, brochures en bisschoppelijke brieven.

 


 

JOHANNES TER SCHURE SBD (1922-2003)
HERNIEUWER EN VERNIEUWER

Joannes ter Schure was lid van de congregatie van de Salesianen van Don Bosco. Hij werd geboren in Steenwijkerwold op 21 juni 1922 en priester gewijd op 1 juli 1951. Na een priesterlijke loopbaan in zijn congregatie, waarvoor hij jarenlang in het buitenland verbleef, werd hij in 1983 vicaris-generaal van mgr. J. Gijsen in het bisdom Roermond. Een jaar later werd hij hulpbisschop van Roermond en begin 1985 bisschop van 's-Hertogenbosch, tot augustus 1998. Mgr. Ter Schure overleed op 11 april 2003 in het Berchmanianum te Nijmegen, waar hij de laatste maanden van zijn leven woonde.

 

 

 

 

Bisschop Ter Schure is, vooral in de media, vaak verweten conservatief en gesloten te zijn. Hij ontmoette in het begin sterke weerstand en onbegrip. Hij stond dan ook onwrikbaar voor een bisdom dat naadloos paste in de wereldkerk volgens Vaticanum II. Hij had een grote en parate kennis van de H. Schrift en vele kerkelijke documenten en liet zich in het openbaar niet gemakkelijk verleiden tot uitspraken die met de Schrift of de Leer in strijd waren. "Niet mijn mening telt", zei hij ooit, "maar die van de Kerk". Nochtans heeft hij in zijn bisdom veel tot stand gebracht, wat uiteindelijk ook publieke waardering oogstte. Na zijn afscheid constateerde hij: "Ik ben zuur gekomen, maar zoet gegaan".

 

 

 

 

Ter Schure richtte de priesteropleiding op (seminarie), het Sint-Janscentrum, dat snel groeide. Hij wijdde meer dan 60 jonge priesters in 10 jaar tijd. In het Sint-Janscentrum begon onder zijn verantwoordelijkheid ook een opleiding voor permanente diakens - die ruim 50 wijdelingen opleverde - en een scholing voor pastorale assistenten. Dat zijn gehuwde mannen en vrouwen die met een zending van de bisschop specifieke vrijwilligerstaken op zich nemen. Daarnaast reorganiseerde Ter Schure het bisdom in parochieverbanden - eenvoudig gezegd samenwerkende parochies met een pastoraal team. Verder stimuleerde hij de parochiecatechese, die honderden cursisten trok.

14-04-2005