Begraafplaatsen en de Wet op de lijkbezorging

Wet op de lijkbezorging

Per 1 januari 2010 is de Wet op de lijkbezorging gewijzigd. Dit heeft gevolgen voor het beheer van de begraafplaats van een parochie en vooral ook voor het begraafplaatsreglement. Voor zover dat nog niet is gebeurd zal het parochiebestuur het begraafplaatsreglement moeten aanpassen aan de wijzigingen in de Wet op de lijkbezorging.
 
Om het parochiebestuur hiermee op weg te helpen is door de Nederlandse R.-K. Kerkprovincie een nieuwe druk opgesteld van het Modelreglement voor het beheer van een begraafplaats van een R.-K. Parochie van de Nederlandse R.-K. Kerkprovincie, 4e druk 2010*. In deze nieuwe druk zijn alle aanpassingen aangebracht die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de  Wet op de lijkbezorging.

Als het reglement wordt aangepast aan de hand van dit modelreglement voldoet het reglement vanzelf aan de vereisten zoals die in de nieuwe Wet op de lijkbezorging worden gesteld. Het niet aanpassen van het begraafplaatsreglement aan de Wet op de lijkbezorging is geen optie omdat bepalingen in strijd met de gewijzigde Wet op de lijkbezorging nietig zijn. Hetgeen zelfs ertoe kan leiden dat het gehele reglement onverbindend is.
 
Een groot aantal wijzigingen in de Wet op de lijkbezorging zijn aldus van belang voor het beheer van een begraafplaats en voor het reglement dat het beheer regelt.
 
 
Particulier graf/algemeen graf

In artikel 23 Wet op de lijkbezorging(Wlb) worden de begrippen algemeen graf en particulier graf geïntroduceerd.
- Voorheen werd in de Wet op de lijkbezorging alleen een graf genoemd waarop een uitsluitend recht werd gevestigd. In de praktijk noemt en noemde men zo’n graf een ‘eigen graf’. Voortaan wordt in de Wet op de lijkbezorging zo’n graf aangeduid als particulier graf. Het voorgaande betekent voor het reglement dat een uitsluitend recht op een graf, ofwel een eigen graf, voortaan moet worden aangeduid als een particulier graf.
 
- Hoewel de term algemeen graf voorheen niet voorkwam in de Wet op de lijkbezorging, werd deze term wel al in de praktijk gebruikt voor graven waarop geen uitsluitend recht werd gevestigd.

Door opname van de term algemeen graf in de Wet op de lijkbezorging heeft de wetgever dan ook een in de praktijk gehanteerde gewoonte in de wet geïntroduceerd. De meeste katholieke begraafplaatsen geven geen algemene graven uit. De term ‘algemeen graf’ komt dan in het geheel niet voor in het reglement.
 
Termijn uitgifte van een uitsluitend recht op een graf(particulier graf)

Op grond van artikel 28 Wet op de lijkbezorging is de minimale termijn waarvoor een grafrecht wordt uitgegeven 10 jaar geworden(20 jaar voorheen). Deze termijn kon voorheen telkenmale met maximaal 10 jaar worden verlengd. Nu kan het grafrecht telkenmale met een termijn tussen de 5 en 20 jaar worden verlengd.

Op basis van afspraken binnen de kerkprovincie is het uitgangspunt van het modelreglement dat de eerste uitgiftetermijn van een grafrecht 20 jaar blijft en de verlengingstermijn 10 jaar zoals nu al gebruikelijk is.
Tevens hoeft u op grond van artikel 28 Wet op de lijkbezorging, nadat u aan de rechthebbende heeft medegedeeld dat het grafrecht gaat verlopen en hebt geattendeerd op de mogelijkheid van verlenging, niet meer actief op zoek te gaan naar de rechthebbende als deze niet reageert. U dient wel -wanneer de rechthebbende niet binnen drie maanden reageert- het aflopen van de termijn door een zichtbare mededeling bekend te maken bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats. De mededeling moet gedurende één jaar aanwezig blijven en tenminste tot het einde van de termijn van het grafrecht.

Verwaarlozing graf

In artikel 28 Wlb zijn ook andere bepalingen opgenomen omtrent het vervallen van het grafrecht bij verwaarlozing van het graf.

Hoewel -voor de wijziging van de Wet op de lijkbezorging- het grafrecht, bij verwaarlozing van het graf, ook al kon vervallen, zijn de bepalingen en voorwaarden daaromtrent geheel veranderd.
De regels in de oude Wet op de lijkbezorging zoals deze zijn opgenomen in uw huidige reglement zijn niet meer rechtsgeldig. Het is dan ook noodzakelijk dat u uw huidige reglement ten aanzien van de regels omtrent verwaarlozing aanpast aan de hand van het nieuwe modelreglement.

Ruiming graf

Wat betreft het ruimen van graven is er ook een en ander veranderd. Op grond van artikel 31 Wet op de lijkbezorging vervalt bij opgravingen en ruimingen de verplichte inschakeling van de VROM-inspectie.

Ten aanzien van het ruimen van asbussen is bepaald dat asbussen, die in een ruimte met een uitsluitend recht(particulier graf) zijn geplaatst, niet mogen worden geruimd zonder toestemming van de rechthebbende. Indien het grafrecht is verlopen mag niet eerder worden geruimd dan nadat 10 jaar is verstreken vanaf het moment dat de as in de bus is geborgen.
 
Ingevolge artikel 27a Wet op de lijkbezorging dient u de ruiming van een algemeen graf tenminste 6 maanden en ten hoogste 12 maanden voor het verstrijken van de termijn van uitgifte aan de belanghebbende wiens adres bekend is, bekend te maken.

Eigendom graftekens/grafbedekking

In 2002 is door de Hoge Raad bevestigd dat de graftekens/grafbedekking door natrekking eigendom worden van de eigenaar van de grond van de begraafplaats(=parochie).
 
Klaarblijkelijk achtte de wetgever dit niet wenselijk en heeft bepaald in de nieuwe Wet op de lijkbezorging dat de graftekens/grafbedekking gedurende de termijn van het grafrecht niet door natrekking eigendom van de begraafplaatshouder worden(artikel 32a Wlb). Zodra de grafrechten zijn verlopen is er wel sprake van natrekking.
 
Grafmonumentenverzekering
 
Tot januari 2010 waren de parochies via de collectieve grafmonumentenverzekering verzekerd voor schade aan alle grafmonumenten en columbaria op katholieke begraafplaatsen, veroorzaakt door van buiten komende onheilen die zich plotseling manifesteren. Schade aan een grafmonument veroorzaakt tijdens werkzaamheden door personeel, vrijwilligers c.q. derden, was derhalve ook verzekerd.

Aangezien de graftekens per 1 januari 2010 eigendom zijn en blijven van de rechthebbende, valt schade aan een grafmonument, veroorzaakt tijdens werkzaamheden door personeel en vrijwilligers, onder de dekking van de collectieve W.A.-verzekering en niet meer onder de dekking van de grafmonumentenverzekering.
Nog wel valt onder de dekking van de collectieve grafmonumentenverzekering schade veroorzaakt door vandalisme, graffiti, omvallende bomen etc.
 
Zoals uit het voorafgaande blijkt is het van het grootste belang dat een parochie over een begraafplaatsreglement beschikt dat conform het modelreglement van 2010 is opgesteld, danwel in ieder geval voldoet aan de nieuwste regelgeving.
Een aangepast exemplaar van een begraafplaatsreglement moet worden goedgekeurd door de bisschop.
 
 
* Het copyright van deze publicatie ligt bij het SRKK. Deze publicatie is met toestemming van het SRKK op deze website geplaatst.