Vrijwilligersvergoeding

Vrijwilligersvergoeding en giftenaftrek

In de voorbije periode is er veel te doen geweest over de vraag onder welke voorwaarde een vrijwilliger gebruik kan maken van de giftenaftrek bij het afzien van een toegekende vrijwilligersvergoeding.
 
Om van de giftenaftrek gebruik te kunnen maken, dient aan onder andere de  volgende voorwaarden te zijn voldaan:
 
Voorwaarden
​1.​ ​​Er moet sprake zijn van een daadwerkelijk toegekende vergoeding; met andere woorden de vrijwilliger moet er op basis van een getroffen regeling daadwerkelijk recht op hebben.
​2. ​De desbetreffende organisatie moet in staat zijn die vergoeding ook daadwerkelijk uit te betalen.
​3. ​De vrijwilliger moet zelf kunnen bepalen of hij/zij de toegekende vergoeding wel of niet wil ontvangen.
4.​ ​Er moet sprake zijn van een schenking aan een zogenaamde Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI-status). Alle Nederlandse R.K. parochies hebben een dergelijke ANBI-status omdat zij vallen onder de groepsbeschikking van de Nederlandse Kerkprovincie, zoals die door de belastingdienst is afgegeven.
 
 
Met name  het derde punt lijkt in de praktijk onvoldoende te worden onderkend. Als door een parochie een vrijwilligersverklaring wordt opgesteld, waarin direct wordt overeengekomen dat de vrijwilligersvergoeding wordt terug geschonken, kan men wel eens van een koude kermis thuiskomen. Indien de vrijgevigheid van de schenker op deze manier van te voren reeds wordt “geregeld”, is er een gerede kans dat de fiscus de giftenaftrek niet zal accepteren.
 
De fiscaal veiligste route in deze is de situatie met een volledige geldstroom; de vergoeding wordt daadwerkelijk uitbetaald en door de vrijwilliger vervolgens daadwerkelijk als schenking naar de parochie terug betaald.
 
Een ander verhaal is natuurlijk de giftenaftrek in situaties waarin is afgezien van het indienen van kostendeclaraties. Het moet dan aannemelijk zijn dat men deze kosten had kunnen declareren, maar dat men daarvan vrijwillig heeft afgezien. Daarnaast kan het in deze situaties ook gaan om kosten waarvoor geen vergoedingsregeling is getroffen, maar welke naar maatschappelijke opvattingen door de instelling vergoed hadden moeten worden.
 
Nadere informatie kan worden gevonden op de site van de belastingdienst.