Ongeldigverklaring huwelijk

 
Een ongeldigverklaring geeft in principe de mogelijkheid om opnieuw een kerkelijk huwelijk te sluiten. De procedure van ongeldigverklaring van een kerkelijk huwelijk staat hieronder. Het  aanvraagformulier tot ongeldigverklaring van een eerder kerkelijk huwelijk kunt u hier digitaal opvragen.
 
Na de ongeldigverklaring van een eerder kerkelijk huwelijk, moet de pastoor van de parochie waar het huwelijk gesloten werd, het verlof voor een nieuw huwelijk aangetekenen  op de ‘Verklaring voor de kerkelijke huwelijkssluiting’. In sommige gevallen kan het voorkomen dat er geen verlof kan worden gegeven, wegens een blijvend beletsel voor een geldige kerkelijke huwelijkssluiting.
 
PROCEDURE VAN ONGELDIGVERKLARING VAN EEN HUWELIJK
 
1. Het vooronderzoek
Voorfgaande aan een huwelijksproces vindt een vooronderzoek plaats. Dit vooronderzoek wordt aangevraagd door het boven genoemde aanvraagformulier.  Degene die de aanvraag indient is de “aanvragende partij”. De andere partner wordt “niet aanvragende partij” genoemd. Wanneer dit formulier is ingezonden wordt allereerst bezien welk Officialaat bevoegd is om het onderzoek te verrichten. Voor deze bevoegdheid gelden  een aantal kerkrechtelijke bepalingen, zoals: plaats waar het huwelijk gesloten is en woonplaats van de niet aanvragende partner e.d.
In het vooronderzoek wordt vervolgens beoordeeld of de aanvrager  ontvankelijk is, d.w.z. of er voldoende gronden aanwezig geacht kunnen worden om een onderzoek in te stellen. Dit wordt bezien in het  inleidende gesprek  met de aanvragende partij  en daarna, in een afzonderlijk gesprek,  met de andere partner. Het kan blijken dat er geen gronden aanwezig zijn. Soms ook is het klimaat tussen de partners nog zo gespannen en met emoties geladen, dat daardoor een onderzoek ernstig bemoeilijkt wordt, of zelfs onmogelijk. Dan kan de behandeling van de aanvrage om die reden worden opgeschort.
 
2. Het Verzoekschrift
Indien het Bisdom ‘s Hertogenbosch bevoegd blijkt, uit het vooronderzoek twijfels aan de geldigheid van het huwelijk naar voren komen en de een of andere getuige genoemd kan worden die de verkerings- en huwelijkstijd van dichtbij meegemaakt heeft, wordt door de aanvragende partij een (officieel) verzoekschrift ingediend. De officiaal (gerechtsvicaris) stelt daarna een rechtbank van drie rechters samen. De voorzitter van deze rechtbank beslist vervolgens over het aanvaarden of verwerpen van het verzoekschrift. Na aanvaarding van het verzoekschrift en de vastlegging van het geschil begint het proces bij de kerkelijke rechtbank (het proces is vanaf dat moment “aanhangig”).
 
3. Het feitelijk verloop van het onderzoek
De onderzoeksgesprekken vinden plaats  tussen de rechter en de partij/getuige in het bijzijn van een notaris. De partijen en de getuigen  worden afzonderlijk gehoord. Van alle gesprekken worden notulen gemaakt. Er zijn dus geen publieke ondervragingen zoals in een civiele rechtbank.
 Het onderzoek naar de kerkrechtelijke geldigheid van een huwelijk richt zich op volgende punten:
• de levensloop;
• de kennismaking en de verkeringstijd;
• de wijze waarop het trouwbesluit tot stand kwam;
• de feitelijke ontwikkeling van het huwelijk;
• de oorzaken van de ontwrichting;
• de scheiding, en de wijze waarop de gevolgen verwerkt zijn.
Zulk een onderzoek richt zich dus niet op de vraag, wie aan de ontwrichting schuld heeft. De rechters dienen te oordelen of het huwelijk al dan niet niet is. Onderzocht moet worden of het huwelijk met de vereiste vrijheid, kennis en weloverwogendheid werd gesloten, én of de partners wezenlijk bij machte waren het huwelijk naar zijn bedoeling (ais liefdesverbond van man en vrouw) duurzaam te realiseren. De vraag, wie schuldig was  aan het mislukken van het huwelijk,  is in een kerkelijk huwelijsproces niet aan de orde.

4. Tijdsduur van het onderzoek
Het Officialaat streeft ernaar om binnen een jaar tot een uitspraak te komen. Wordt het huwelijk nietig verklaard of door een van de partijen beroep aangetekend, oordeelt een tweede instantie over het vonnis van de eerste instantie.  Een onderzoek in de tweede instantie  duurt gemiddeld vier à zes maanden. Wordt het oordeel van de eerste instantie  echter niet bevestigd, beslist een derde instantie over de zaak. In elk geval is een nieuw kerkelijk huwelijk pas  mogelijk, wanneer twee  rechtbanken de nietigheid van het huwelijk vastgesteld hebben.

5. Kosten aan het onderzoek verbonden
De feitelijke (personele) kosten worden niet in rekening gebracht. Wél wordt een (vrijwillige) bijdrage gevraagd voor de administratieve kosten. De maximale  bijdrage  is 150 euro en kan worden overgemaakt na de aanvang van het onderzoek. Aan de aanvrager(ster) zelf wordt overgelaten de hoogte van de bijdrage te bepalen, mede afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden. De bijdrage kan worden overgemaakt op rek.nr. 52.40.16.569 van de A.B.N. ‘s Hertogenbosch, t.n.v. Officialaat (of op het gironummer van de bank: 46345, met vermelding van rekeningnr. 52.40.16.569). Men gelieve bij betaling het referentienummer dat u in de correspondentie vindt te vermelden.
 
6. Tenslotte
In dit kort bestek kunnen niet alle regels worden opgesomd, die gelden bij een kerkelijk onderzoek naar de ongeldigheid van een huwelijk. De concrete gang van zaken wordt tijdens de procedure verder toegelicht. In een persoonlijk gesprek kan nader worden ingegaan op de verdere mogelijkheden die het kerkelijk recht biedt ten aanzien van het huwelijk.
Na toezending van bijgaand aanvraagformulier ontvangt de aanvragende partner een uitnodiging voor een gesprek.
Nadere informatie:
Kerkelijke rechtbank (Officialaat)
 
Er is ook een uitvoerige, meer gedetailleerde brochure over dit onderwerp beschikbaar. Die kunt u telefonisch bestellen: 073 6130884.
 
 

(Terug)