Kerkelijk huwelijk na een eerder burgerlijk huwelijk

 
In het geval van een kerkelijk huwelijk na een eerder burgerlijk huwelijk moet verlof aangevraagd worden bij het bisdom, d.w.z. het officialaat. Een eerder burgerlijk huwelijk wordt echter alleen dan niet door de Kerk erkend, als het gesloten is tussen partners, waarvan minstens een katholiek is en deze zonder toestemming van de bisschop (bevrijding van de “canonieke vorm”) alleen een burgerlijk huwelijk heeft gesloten. Als twee niet katholieken  burgerlijk trouwen beschouwt ook de Kerk dit huwelik als geldig en onontbindbaar.

Alvorens het verlof kan worden verleend, dient een gesprek plaats te vinden met degene die het huwelijk voorbereid: de pastoor, de kapelaan, de diaken of de pastoraal wek(st)er. Hierin wordt o.a. besproken of aan de financiële en andere verplichtingen ten aanzien van dat eerdere burgerlijke huwelijk en eventueel de daaruit voortgekomen kinderen wordt voldaan. Bijvoorbeeld met betrekking tot het bezoekrecht. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt.
 
Dit verslag wordt samen een kopie van het echtscheidingsvonnis en de inschrijving van de echtscheiding bij de burgerlijke stand en de doopbewijzen bij het huwelijksformulier gevoegd en bij de kerkelijke rechtbank overlegd.  Als alle papieren in orde zijn, verleent de kerkelijke rechtbank het verlof om een kerkelijk huwelijk na een burgerlijk huwelijk te sluiten.

(Terug)